Boekgegevens
Titel: De gedichten van den Schoolmeester
Auteur: Schoolmeester, de; Lennep, J. van
Uitgave: Arnhem, Nijmegen: E. & M. Cohen, ca. 1900 *
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7995
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201826
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De gedichten van den Schoolmeester
Vorige scan Volgende scanScanned page
m
72 , Natuurlijke historie voor de jeugd,
De kolossaalste viervoet op 't vaste land,
(Zoo gy den basilosaurus 1) uitzondert, of sprakelooze wallevisoh, —
Ook een buitenkansjen voor een baker, en de corpulentsto van alle
visoh).
Hy is bovendien begaafd met een uitmuntend verstand,
En voor zoo'n zwaar zoogdier, zoo buitengemeen by de hand.
Meer dan de slankste minister, diplomaat-aspirant,
Of politiek prestidigitateur calminant.
Onder zijn lichter natuurgenooten in de staats-courant.
Want met zijn tubuleuze, subconische proboscis —
Die, sub rosa, een reus by de staart van een os is, —
(Behalve dat hy er de zwaarste zesponders meê licht van 't affuit,
Voor de grap een pomp er van maakt of een spuit.
En er in de menagerie de vetkaarsen meé snuit)
Blaast hy immers regulier onze kindersprookjens uit.
Speelt een sans-prendre op do diatonische fluit,
Vangt zoo vlug een vlieg of een vijfjen, als een bedelaar een duit;
Zoekt, op 't kantoor, een ongelukkige zesthalf in een zak schellingen uit.
En smeert er een ouwen heer, daar hy een puist aan heeft, ongemanierd
meê den huid;
Pakt hem by zijn gepoeierd schorseneeltje, of zijn glimmende knoopen,
En ketent Heemskerkjen aan 't hart^ dat zijn oogen er van overloopen;
Trekt er vervolgens een halfjen »groenlak" voor u of zijn eigen meê open,
En komt deftig zijn »zoute bolletjen" in uw glaasjen doopen.
Enfin, mot zijn pachydermateuse snuit
Voert onze proboscideaansche guit
Allerlei antediluriaansche snakerijfcjens uit.
Als hy echter netelig wordt, zendt hy, helaas! zijn hoeder
Er wel eens ad patres meê, of naar zijn moeder,
En stort hem dus op een ontijdige baar;
Want, zoodra hy 't land aan u krijgt, zijt gy in doodsgevaar.
Als gy dus» by geluk, eens onder zijne voeten mocht belanden,
Zeg dan maar »menheer, mijn leven is in uwe handen."
1) Ba«i7osaMrM8. Zie over de Ceracea in 't algemeen: »Brand's Megatherium,** ,OwenV
Zetgl^doD/* en yergelp ons populair volksspel: .Jonas in de Wallevisch."
Noot van den SchoolmMfter