Boekgegevens
Titel: De gedichten van den Schoolmeester
Auteur: Schoolmeester, de; Lennep, J. van
Uitgave: Arnhem, Nijmegen: E. & M. Cohen, ca. 1900 *
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7995
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201826
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De gedichten van den Schoolmeester
Vorige scan Volgende scanScanned page
IETS OVER DEN SCHEIJTEB EN ZIJN DICHTTRANT.
Op den zeven-en-twintigsten January 1858 overleed op Cromwell-house,
lïighgato, Londen, Gerrit van de Linde Janszoon, de geestige schrijver,
die, onder den naam van »de Schoolmeester", aan ons publiek zoo vele
genoegelijke uren heeft doen smaken door de proeven van zijn speelnch
en dichterlijk vernuft, achtereenvolgends in den almanak »Holland"
plaatst. De gretigheid in aanmerking nemende, waarmede de dichtproeven
telkens werden ontfangen, daarby. overwegende, dat mijn landgenooten
er schade by zouden lijden, indien hun de verdere dichterlijke nalaten-
schap des overledenen, welke my zijn weduwe had aanvertrouwd, werd
onthouden, ben ik tot het besluit gekomen, met hare toestemming, de
vaerzen van »den Schoolmeester*', zoo wel die reeds ia 't licht zijn vor-
schenen als die nog alleen in handschrift aanwezig en ter openbaarmaking
geschikt zijn, in een bundel te verzamelen, en ze hun aan te bieden, die
smaak vinden in poëetischen luim. By die gelegenheid zal het echter niet
ongepast zijn, hen'eenigzins, hoezeer dan ook maar oppervlakkig, bekend
te maken met den geestvollen schrijver, die zich gedurende zijn leven
aan zijn lezers niet anders voorstelde dan onder den zedigen tytel der
betrekking, welke hy in de maatschappy bekleedde. — Ik voldoe hier-
door niet alleen aan een gevoel van piëteit jegens een afgestorven veel-
jarigen vriend, maar ook aan een deel van mijn plicht als uitgever. Elr
is zulk een innig verband tusschen den boom en zijn vruchten, tusschen
den maker en zijn gewrocht, tusschen den dichter en zijn werk, dat men,
in volslagen onkunde omtrent den voortbrenger verkeerende, nimmer
tot de juiste waardeering van het voortgebrachte kan geraken, en zoo
zal ook niemand in staat zijn, de gedichten van Van de Linde naar eisch