Boekgegevens
Titel: De gedichten van den Schoolmeester
Auteur: Schoolmeester, de; Lennep, J. van
Uitgave: Arnhem, Nijmegen: E. & M. Cohen, ca. 1900 *
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7995
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201826
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De gedichten van den Schoolmeester
Vorige scan Volgende scanScanned page
Altijd in contramine.
59
ALTIJD IN DE CONTRAMINE.
KORTE INHOUD.
Eéritè bêdrijf. —> Het landhnia Tan den Heer Dadelpracht. ConTersatie tusschen
hem, s^n knecht, koetsier en hnisTTonw.
De kamenier zoekt MeTronw te wikkelen in een minnehandel met zekeren Luitenant
der knrassiers.
Het tooneel verandert in den fonrgon van den Heer Dadelpracht. Gezegde verliefde
makelaar bedenkt onder *t r^'den, dat gezegde Lnitenant in zqn absentie z^'n vronw
wel zon kunnen van 't spoor leiden en zendt daarom zijn koetsier terag om z^'n vronw
te verbieden, gezegden Lnitenant bg zich te ontfangen. De koetsier keert naar hnie
met het achterste gedeelte van het r^'tnig, terw^l M^'nheer met het voorste gedeelte
voortrgdt I
TtVêede bedrijf. — De koetsier komt t'huis; doch is wijzer dan z^n heer, en begry-
pende, dat de vrouwen, van Eva af, altyd in de contramine zijn, verbiedt hy nit naam
van Manheer aan Mevrouw, op Mijnheers r\jpaard in de geut te r^'den.
Mevrouw, alleen gebleven, verwondert zich over het zonderlinge verbod van Mijnheer.
Zy beklaagt er zich over tegen haar kamenier, en, haar trek tot het verbodene niet
kunnende bedwingen, laat zy het paard van stal halen. (Dewgl echter de eerste acteur,
die de rol van *t paard vervullen moest, ziek of weg is, wordt, in plaats van een
paard, een groote Newfoundlander gehaald, waarop Mevrouw in de geut gaat rydeo).
Derde bedrijf. — De zuigeling van Mevrouw, een veelbelovende knaap van drie
maanden, houdt een roerende alleenspraak om het gemis van Mama, en den honger,
dien hy heeft.
De kamenier en de knecht troosten het kind met een Deventerkoek.
De Luitenant komt, i« verwonderd Mevrouw niet te vinden en gaat haar opzoeken
in de gent.
Vierde bedrijf. — De Lnitenant ontmoet .Mevrouw in de gent en doet haar een lief-
desdeclaratie. Mevrouw, welke het r^den zeer veramnzeert, gelast hem, nit den weg
te gaan. Hieraan niet gaauw genoeg voldoende, wordt hy overreden en byt hem de
Newfoundlander een stuk van z\jn neus af.
De hond begint de katten na te jagen, en eindigt met Mevrouw van boven neer te
gooien, gelukkig in een doomenhaag, waardoor de val gebroken wordt.
"Vijfde bedrijf, ~ Mgnheer komt t'huis, vindt den Luitenant zonder neus en Me-