Boekgegevens
Titel: De gedichten van den Schoolmeester
Auteur: Schoolmeester, de; Lennep, J. van
Uitgave: Arnhem, Nijmegen: E. & M. Cohen, ca. 1900 *
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7995
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201826
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De gedichten van den Schoolmeester
Vorige scan Volgende scanScanned page
48 De koffij-veüing.
Wy hebben hier een fraaien tuin, benevens paarden en een koetsier op
Van welke laatsten ik echter maar niet spreken zal; stal,
Want ik rij gewoonlijk 's morgens met de trekschuit naar 't kantoor
Kn breng daar mijn dag in speculaties in de colonialen door
Met mijn compagnon en mijn ouden kantoorbediende^
Die Charles heet, net als Karei de Tiende,
En nog geen bril draagt; want, ofschoon stekeblind| ifl hy niet byziende;
Vervolgens, met het schuitjen van half vijf,
Ga of keer ik terug naar mijn buitenverblijf;
Doch het "wordt nu waarlijk tijd om naar de stad te gaan::
My dunkt, ik hoor de pendule al twintig minuten over negenen slaan;
Doch hoe dit ook zij:
De bel is hier dicht by,
En ik heb mijn knecht bovendien noodig.
(Hij schelt. De knecht komt,)
KNKCHT.
Het schellen mijnheer, was eigenlijk overbodig.
Ik sta altijd voor de deur, klaar en gereed
Om u te dienen, gelijk mijnheer wel weet.
DADELPRACHT, ter zijde.
Of om te luisteren.
(luid). Loop eens uit al uw macht naar het jagerspad,
En praai de schuit van negenen ; want daar wou ik wel meê naar de stad,
Je kunt niet missen, als je do schuit voorby ziet varen;
Want de schipper is ongehuwd sedert verscheiden jaren,
£n, als hy nergens anders is, staat hy gewoonlijk voor de roei
KNECHT.
Ik geloof niet, dat ik nu verdere inlichting behoef.
DADELPRACHT.
Deze mijn knecht is een van de slimste klanten,
My bekend onder de domestique lijftrawanten;
Ik liet hem uit Parijs komen omdat hy Fransch verstaat,
Waar men thands in menige familie ten platten lande een bluf meê slaat.
(a/.)