Boekgegevens
Titel: De gedichten van den Schoolmeester
Auteur: Schoolmeester, de; Lennep, J. van
Uitgave: Arnhem, Nijmegen: E. & M. Cohen, ca. 1900 *
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7995
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201826
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De gedichten van den Schoolmeester
Vorige scan Volgende scanScanned page
84 De boterham en de goudzoeker.
•Ik verkwijn
»En verdwijn
»Uit het land van de ïevenden, lief Colombijnl
»Of gy moet pardoes de mijne zijn.
»Ach I zeg ja,
»Lieve Na I
»En niet spaê
»Wees mijn gaö." —
En het meisken zei: »ja,
»Met consent van mama,
»Want ik heb geen papa.** —
En straks zijn wy de bruid
En niet langer een buit
Van het snood celibaat, dat een vrijgezel bruit,
En wy roeien te saam in de huwelijksschuit;
En mijn Naatjen die ziet er zoo snoeperig uit,
(Als je durfde, dan stal je haar weg van mijn ag
Maar laat dat maar liever; want ik ben er by).
En zoo gaan we in de wittebroodsweken vooruit
En ik zeg tot besluit.
Dat mijn lief gezin
Met zoo'n Engelin
Van een hartvriendin,
En een jeugdig paar tweelingen, tot een begin.
Een tooneel is van trouw en van Sneeksche min.,.»
, .Maar haar moeder te Sneek zit er warmpjens in.
En toen ik nu over den Leydschen Dam
Met Na te Overschie by mijn vader kwam,
Toen zei ik: »hier heb ik mijn boterham.'*
Doch Vader was, och! heelemaal van zijn streek
En zag doodelijk bleek,
A.ls of hem de dood uit zijn oogen keetó,
En Na dacht: »ik wou maar ik zat weêr te Sneek,
Doch eindelijk sprak hy: »wel Janl dat is goed;
»Maar zie, in mijn huis is thands overvloed: