Boekgegevens
Titel: De gedichten van den Schoolmeester
Auteur: Schoolmeester, de; Lennep, J. van
Uitgave: Arnhem, Nijmegen: E. & M. Cohen, ca. 1900 *
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7995
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201826
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De gedichten van den Schoolmeester
Vorige scan Volgende scanScanned page
84 De boterham en de goudzoeker.
Pas gebraên,
Toen ik juist hallef acht op 't stadhuis hoorde slaan,
Doch hier zag ik een beer — met laarzen aan
En zoo bleek als een roomkaas — in 't voorhuis staan
En die zei: »je moet nimmer die gekheid begaan:
»Want de maaklaar in kaas is op reis naar de maan,
»En van middag nog slaan
»Wy beeren Zijn Edeles boeltjen aan."
En *k zei hierop: »dankje Chineesche schim I
'«Geen maaklaar zegge ooit: hy was Jantjen te slim,
»Lief Saartje, ik snij uit en ik laat je maar staan,
»En 't is met mijn vrijaadje te Edam gedaan«"
En toen *t met mijn trouwen dus over was.
Zoo kwamen de bruidsuikers minder te pas
En ik stopte ze dus, met mijn hypocras,
Maar stilletjens weg in mijn overjas
En haastte my straks uit Edam van daan
Nog zoo ongehuwd als een Kapellaan.
Maar nu kwam ik te Sneek
In de kermisweek
En ik raakte er zoo bloek
En dan weder zoo rood, zoo geheel van mijn streek,
En ik voelde in mijn hart zoo'n doorborenden steek;
Terwijl ik in Sneek
Naar niets anders keek,
Dan alleen heel den dag naar een Sneeksche apotheek|
Want hier zag ik een lijn
Van een meisken, zoo fijn,
Met een hand als satijn.
En een kleur als een roos in de maneschijn ;
En dat maagdehjn
Gaf m' een zoentjen als suiker of ambrozijn
Of malaga-wijn.
En ik riep in verroering: »0 liefste mijn I