Boekgegevens
Titel: De gedichten van den Schoolmeester
Auteur: Schoolmeester, de; Lennep, J. van
Uitgave: Arnhem, Nijmegen: E. & M. Cohen, ca. 1900 *
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7995
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201826
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De gedichten van den Schoolmeester
Vorige scan Volgende scanScanned page
84 De boterham en de goudzoeker.
Maar toen er nu — weêr om zjjn boterham —
Op nieuw een produkt uit de bloemkool kwam,
Toen bromde mijn vader: »Wel Heerejee 1
»Daar is numero vijfl wat doe ik er meê?
»Wat heb ik hier aan zoo'n mutsebol?
»Mijn zak loopt leeg en mijn huis loopt vol,
»En de affaire gaat slecht en mijn kop is op hol.
»Op het Hof in den Haag
»Heb ik vrind noch maag,
»En op Overschie heb ik maag nog vrind.
»Wat doe ik hier met zoo*n vijfde kind?
»— Heeft nu reeds van 't zuigen een stuk in zijn kraag —
»Zoo'n jeugdige haai met zijn volle maag,
»Zoo'n zuigend zoogdier, zoo'n lik-in-de-pan,
»Zoo'n etende tering, wat maak ik er van?
»Zoo'n vijfde kwaêjongen, wat heb ik er an?'*
Ons kroost was maar dne, en geen sterveling meer;
Maar 't reek'nen ging slecht op Wormerveer.
Mijn moeder zei niets voor 't oogenblik;
Want mijn jongste broêrtjen had juist de hik.
Doch toen uit de kool nu een tweetal kwam
En vroeg om eon dubbelen boterham.
Toen riep mijn vader, geweldig boos:
»'t Lijkt de postwagen wel van Van Gend en Loos.
»Ben je daar alle drie? wel dat doet my plezier,
»En de baker er ook by en alles by nacht,
»Waarom kom je in eens toch maar niet alle vier?
»Een meer of een minder zeit niets op zoo'n vracht.
»Haal het restjen nu ook maar, dan heb je net acht>
»Goddeloos I wie had ooit zoo'» famielje verwacht?"
Vader dacht aan een drieling; doch 't was er maar iwee^
En hy telde in der haast onze baker nog meê;
Maar de man in zijn drift wist niet best wat hy ded.