Boekgegevens
Titel: De gedichten van den Schoolmeester
Auteur: Schoolmeester, de; Lennep, J. van
Uitgave: Arnhem, Nijmegen: E. & M. Cohen, ca. 1900 *
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7995
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201826
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De gedichten van den Schoolmeester
Vorige scan Volgende scanScanned page
De schipbreuft. 29
DE SCHIPBBEUK.
Oost west
f Suis bestt
Onder de merkwaardigste tafreelen,
Waarin wy gewoon zijn, de schepping te verdoelen,
Behooren vooral zekere natuurtooneelen.
Inzonderheid een vaartuig in den storm.
Wanneer iemand gerust kan zeggen: »ik ben maar een worm,
Die noch zijn eigen kan helpen, noch zijn natuurgenooten,
Al stond hy ook op zijn achterste pooten."
Zoo er daarom een schipbreuk voorhanden is op zee,
Ga ik liever voor mijn plezier niet mee. —
Leergierige jeugd t gy bespeurt gewis,
Dat wat ik thands op 't oog heb een schipbreuk is:
Wees daarom, gedurende de les, zeer attent.
Sta op uw eigen beenen, en, zoo veel mogelijk, overend. —
— De storm, moet je weten, begint doorgaans met eene stilte.
En ik had in mijn jeugd een kleinzoon, die in April te
Buiksloot moest wezen : — ik verspreek my, ik meen te Curagou,
Een eiland, dat je misschien te Buiksloot niet vindon zou. —
Hoe dit zij, mijn kleinzoon ging met zijn dochter en zijn vrouw
Naar zee toe, om op Ceylon kaneel te koopen,
En zoo *t meeviel, vervolgens een nieuw schip af te laten loopen
Te Hoorn, voor de Walvischvangst bestemd in de IJs- of Glaciale zee,
(Gelijk, toen ons land ons land nog was, menigeen vóór hem reeds deê)
En voor verandering van lucht namen zy beiden een zuigeling meê.
't Was eerst alles aan boord byzonder kalm; de tijd werd met praten ver-
sleten
Over koetjens en kalfjens, en een glas wijn meteenscharretjengegeten
En daar werd, net als aan wal, geslapen en ontbeten,
En door enkelen ook veel van de zeeziekte geweten.
Waartegen dan een glaasjen brandewijn 't beste remedie werd geheeten,
De natuur was op den Oceaan ook byzonder mooi,