Boekgegevens
Titel: De gedichten van den Schoolmeester
Auteur: Schoolmeester, de; Lennep, J. van
Uitgave: Arnhem, Nijmegen: E. & M. Cohen, ca. 1900 *
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7995
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201826
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De gedichten van den Schoolmeester
Vorige scan Volgende scanScanned page
CONCEPT-VOORREDE,
Sommige mijner vrienden hebben nu en dan eens ae vraag voorgesteld:
»waarom verzamelt gy niet eenige uwer verspreide rijmpjes in een zedig
bundeltjen?" De aandrang was, ik beken het, nog al streelend vuur n.ijn
eigenliefde — zoo men aandrang heeten raag wat misschien niet dun
een voorby gaande inval was, die zeker meer indruk by my achterliet,
dan by hen. Hoe het zij, ik leende 't oor en sprokkelde eenige verstrooide
stukjens te zamen, den lezer — ato er een gevonden mocht worden,
anders beklaag ik den uitgever — nederig aangeboden. *tWerd meer
gedaan voor vrienden dan voor vreemden en ik ben dus evenmin tuk
op lof als bang voor blaam, verzekerd bovendien, dat fatsoenlijke recen-
senten hun kruid niet verschieten zullen op katvisch, die 't kruid niet
waard is.
Overigens kan ik wel geen pecunieel belang by deze prulletjens hebben;
de uitgever zal my maar al te spoedig bekend maken, dat het »de dood
in do pot" is. Mocht er echter buiten verwachting een saldo zijn, zoo is
dat bestemd voor de bevordering van een menschlievend en edel doel,
het Instituut namentlijk voor de zedelijke verbetering der gevangenen
onder de dieren, zoo als b. v. de gekluisterde kermisbeer, de gebrockte
vlasvink het gekooide tijgerbeest en konijn, en andere slachtoffers van
een menschelijk despotismus, dat in onze verlichte 19e eeuw onder de
dieren geen volksvertegenwoordigers erkent, behalve, zoo men wil, den
papegaai, een dier echter van eene al te bepaalde kleur, en dat al te
1) VooT hen, die met de eigenaardige taal der Yinlcerj niet 1)ekend zijn, diene, dat
hier gedoeld wordt op de zoogenaamde ^baanloopers" die, met lederen broekjena aan,
op de vinkebanen gezet worden om hun vliegende makkers, die „in 't hout" vallen, te
lokken.
Noot van den Uitgever,