Boekgegevens
Titel: De gedichten van den Schoolmeester
Auteur: Schoolmeester, de; Lennep, J. van
Uitgave: Arnhem, Nijmegen: E. & M. Cohen, ca. 1900 *
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7995
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201826
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De gedichten van den Schoolmeester
Vorige scan Volgende scanScanned page
De vriendschap.
DE VRIENDSCHAT.
EEN TOAST.
167
De hand des tijds slaat zware builen
En stort, behalve de eerezuilen,
't Gevlochten wiegjen zelfs in puin.
Do sausbaars en champagnewijnen,
De truffels, die op uw festijnen
In keurige pâtés verschijnen.
Men ziet hen sneller nog verdwjjnen
üan burchtkasteelen van arduin.
De bliksem velt den trotschen ceder:
liet oud paleis stort krakend neder ;
Doch in het nieuwe zit gy weder,
Ja maklijker dan in een ceder.
Ten zij gy soms een lokvink zijt ; —
Maar, lokvink in het beukelover,
Of op 't Casino harteroover,
't Is spoedig met u beiden over.
Geen zuigpomp werkt gelijk de tijd.
Maar vriendschap, boven tijd verheven,
Vindt op geen pomp haar naam geschreven,
Zy weet van sukkelen noch beven,
Van borstkwaal noch verkreukt gelaat.
Gy ziet haar, als uw ceders sneven.
Met Haarlems hakhout weêr herleven :
Haar avondstond is dageraad.
NOG EEN TOAST AAN DE VRIENDSCHAP.
Hoo zoet is 't, waar de Vriendschap woont,
Waar haai en haring zich vertoont
Op amicalen voet.