Boekgegevens
Titel: De gedichten van den Schoolmeester
Auteur: Schoolmeester, de; Lennep, J. van
Uitgave: Arnhem, Nijmegen: E. & M. Cohen, ca. 1900 *
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7995
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201826
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De gedichten van den Schoolmeester
Vorige scan Volgende scanScanned page
160 De dankbare zoon.
Ik zou 't je niet kunnen zeggen, al sloegje me dood.
En ik wil er mijn hoofd ook maar niet langer meê breken.
Laat ons dus liever over iets anders spreken.
Heb je van daag de papieren gezien ?
fidel.
Neen, ik ga nooit naar ae hal.
van rijn.
Wel I dan kan ik je iets vertellen, dat je verbazen zal.
Ik raapte gisteren een ouwe krant op, waar een bal
Kalfsgehakt in had gezeten: een manke poedel nam het meê.
Maar ik had liever gehakt gelezen dan Enschedé.
{Eet vervolg ontbreekt.)
DE DANKBARE ZOON.
Ik ben een zeer gelukkig kind,
Wanneer men dit bedenkt.
Mijn vader is mijn beste vrind,
Die my schier alles schenkt;
Zijn afgedragen zomervest,
Zgn oude broeken, en de rest;
Maar dat weet Moeders naaister best.
Hoe lekker smaakt die boterham,
Met dat Sint Nikolaas,
Dat mijn mama my brengen kwam
In plaats van Leidsche kaas.
En och! hoe menig arme man