Boekgegevens
Titel: De gedichten van den Schoolmeester
Auteur: Schoolmeester, de; Lennep, J. van
Uitgave: Arnhem, Nijmegen: E. & M. Cohen, ca. 1900 *
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7995
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201826
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De gedichten van den Schoolmeester
Vorige scan Volgende scanScanned page
f^mB
154 Uitboezeming. Aan de Poëzy.
Naast bloempjens, zestien jaren oud,
Als of ik nooit weer op zoü staan.
Thands zit ik met een dikke buik
En met een slaapmuts op mijn pruik
UITBOEZEMING.
TOEN MIJNE OUDSTE ZUIGELINGEN BEGONNEN TE LOOPEN.
(Vondel herdacht)
O kindekens, wier lieve tred
Het hart ons in verrukking zet,
Wanneer gy huppelt langs de vloer
En dwaalt als scheepjens zonder roer,
En, dartiend, zonder dat gy 't weet
Of wilt, op 't ouderlijke kleed
In onschuld treedt.
Wie weet,
Of ge eenmaal al te met,
O smart!
Uw voet niet zet
Op 't ouderhart I
AAN DE POEZY.
(FRAGMENT.)
Steel nog eens het hart my binnen.
Lieve zucht tot rijmlary!
Dat m' uw komst een heilbó zij.
Stil mijn zorg en streel mijn zinnen,