Boekgegevens
Titel: De gedichten van den Schoolmeester
Auteur: Schoolmeester, de; Lennep, J. van
Uitgave: Arnhem, Nijmegen: E. & M. Cohen, ca. 1900 *
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7995
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201826
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De gedichten van den Schoolmeester
Vorige scan Volgende scanScanned page
13 Iets over den schrijver en zipi dichttrant.
men en die, als tot een voorbygegane orde van zaken behoorende, den
lezer, zonder deze verklaring, eenigzins vreemd zouden doen opkijken.
Ik ben er als van zelve toe geraakt, van zijn gedichten te spreken,
en ik acht dan nu ook het geschikte oogenblik gekomen om Van de
Linde als dichter te beschouwen, en zijn eigenaardigheid als zoodanig
in 't licht te stellen. Die eigenaardigheid — zal deze of gene misschien
aanmerken — moet uit zijn werken zelve spreken: en gaarne stem ik
dit toe; maar toch is er nog wel het een en ander, dat niet 200 ter-
stond in 't oog valt en waar op gewezen dient te worden: ja, een en
ander, dat den lezer niet bekend kan zijn en toch in acht genomen moet
worden ter billijke waardeering van zijn talent.
In de eerste plaats een woord over de dichtsoort, welke Van de Linde
beoefend heeft.
Niemand — hy moge voor 't overige goed- of afkeuren — zal ontken-
nen, dat de manier van Van de Linde zich kenmerkt door oorspronke-
lijkheid, ja dat zy, niet enkel in onze letterkunde, maar in elke bekende
letterkunde, een op zich zelf staand verschijnsel aanbiedt. Zijn gedich-
ten — op zeer enkele na — ontleenen het pikante, waardoor zy zich
onderscheiden, aan de verrassende tegenstellingen, aan de zonderlinge
kombinatie van zeer heterogene denkbeelden en situatiën, aan een gestadig
licht en bruin, schijnbaar zonder opzet, doch in de daad met overleg
en zorg bygebracht. Zy zijn niet ongelijk aan een kaleidoskoop, het oog
van den geest door een bonte en vreemdsoortige mengeling van telkens
afwisselende kleuren en figuren rusteloos bezig houdende. Nimmer ver-
wijlt de schrijver lang by hetzelfde denkbeeld; telkens spruiten daaruit
andere denkbeelden voort, waarvan hy zich meester maakt, om dan we-
der Bomtijds in een enkel woord aanleiding te vinden op een geheel an-
der veld van beschouwing over te springen, aan dat woord de meeat
dwaze en ongerijmde beteekenis te geven, of er de minst te pas komend«
gedachte aan vast te hechten; — doch ook, juist daardoor, de verma-
kelijkste, de koddigste uitwerkselen te verkrijgen, 't Is niet zelden, alB
men zijn gedichten leest, of men schilderijen van Callot ziet, waar het
verhevene en het potsierlijke door een geflanst wordt en datgeen, wat
uit zijn aart reeds kluchtig is, door het bykomstige nog kluchtiger ge-
maakt wordt. In dezen trant weet ik niet, dat iemand met Van de Linde
kan vergeleken worden dan misschien Henri Heine. Het onderscheid tua-