Boekgegevens
Titel: De gedichten van den Schoolmeester
Auteur: Schoolmeester, de; Lennep, J. van
Uitgave: Arnhem, Nijmegen: E. & M. Cohen, ca. 1900 *
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7995
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201826
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De gedichten van den Schoolmeester
Vorige scan Volgende scanScanned page
Barend de schutter. 14:5
En er haast nog makker uitzien dan
Een bejaard paar ouderlingen?
Zy groeten ieder zeer beleefd.
Affabel, mgn zoon, voor hun minderen:
Ginds komt zelfs den Kolonel zijn vrouw
Met de baker aan en de kinderen.
Zijn kroost werpt hy een handkus toe,
Zijn gade een blik vol vrede;
Dooh den zuigling neemt hy en passant
Onder-do-man op *t slagveld mede.
Met slagveld meen ik een stuk lands.
Door vaderlandslievende Heeren,
Aan de Stadsschutterij per maand verhuurd,
Om te schieten en te exerceeren.
Met Schuttery meen 'k een armee,
Gedosoht in lakensche rokken,
Met een witte broek aan by mooi weêr
Doch een blaauwe, als de lucht is betrokk&B.
Met Schutter meen *k een ambachtsman.
Of wel een dier groote heeren,
Die nimmer naar de parade gaan.
Of zy laten vooraf zich scheren.
Een Schutter geeft met vreugd zijn tijd,
Dien hy missen kan van zijn zaken.
Om zich tot oirbaar van het Land
Familiair met de krijgskunst te maken.
1) In den onden tijd bestond de groote tenue vaneen schutter des zoi»<»t8 voornameiyk
uit een oude witte broek. N. v. d. 8.
GEDICHTEN V. D SCHOOLMEESTER.