Boekgegevens
Titel: De gedichten van den Schoolmeester
Auteur: Schoolmeester, de; Lennep, J. van
Uitgave: Arnhem, Nijmegen: E. & M. Cohen, ca. 1900 *
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7995
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201826
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De gedichten van den Schoolmeester
Vorige scan Volgende scanScanned page
ioi- De hond.
»In Holland, Geeltjon? want fortuin is zoo nukkig?" —
»Ja, perfect, manke sneeuwbal! maar met jou gaat het krukkig."
Waarop Kees grimmig doorklimt; doch naauwlijks in den top
Van gemeld tuinhek, in d' effen vliet
— Daar Mop intusschen aan 't blaffen schiet —
Z^ eigen met een tweeden lever in zijn mond ziet,
Ën terstond — en wat Kees deê het niet? —
Twee lovers voor één verkiest;
Doch — daar Mop nu verbaasd zijn oogen wrijft en niest —
Zijn equilibrium en de heusselijke lever verliest,
En, ofschoon hy braaf »help!" riep in zijn verdriet,
üt volgens Siegenbeek zelfs »hullepl", het hielp hem niet,
mKeestjen-lief viel in 't watertjen diep" ')
/Waar hy natuurlijk tegen de lamp aanliep,
En dadelijk als drenkeling ontsliep,
Terwijl Mop in zijn eigen blaft: »Kijk!
De Inspecteur heeft gelijk."
Moraal.
Waar ik een geRneuvcld Minister,
Ik hield van zulke fabels een register,
En ik schreef: Cui bonof
Aan Pio Nono.
DE HOUD.
EEN FABEL.
Een hond, Hektor geheeten, had by nacht
Over een mand keukenbeachuiten do wacht.
Met strikt bevel
1) Ken ond strutdenntjen, uit den tyd van Kaatjen Mossel.
N. t. d. 8,