Boekgegevens
Titel: De gedichten van den Schoolmeester
Auteur: Schoolmeester, de; Lennep, J. van
Uitgave: Arnhem, Nijmegen: E. & M. Cohen, ca. 1900 *
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7995
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201826
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De gedichten van den Schoolmeester
Vorige scan Volgende scanScanned page
12 Iets over den schrijver en zipi dichttrant.
zeiven, ondervinden, hoe zijn ontevredenheid als wegg^npoeld werd in
dien stroom van de grappigste verontschuldigingen of wei - want Van
de Linde wist altijd behendig de rollen om te keeren en zich zei ven als
de verongelijkte party te doen voorkomen — van de koddigste verwij-
ten, die in onuitputtelijken overvloed zijn brein ontvloeiden.
Ik heb gezegd, dat Van de Linde zich by de Anglikaansuhe Kerk had
aangesloten: en dit kon by niemand onder zijn bekenden in Nederland ver-
wondering baren. Van jongs af was hy geweest, wat men toen nog »een
Oranjeman" noemde, en bovendien zeer streng rechtzinnig in do leer. Of-
schoon hy aan de Akademie niet onder de toehoorders van Bildcrdijk was ge-
weest, die kort na Van de Lindes komst te Leyden die stad verlaten had, zoo
had hy nog met velen van 's mans leerlingen omgang gehad, gevoelde een
onbegrensden eerbied voor hem en mocht in vele opzichten gerekend
worden, tot zijn school te behooren. Zoo was zijn standpunt, toen hy dit
land verliet, en op dit standpunt bleef hy staan. En geen wonder. Ten
gevolge zijner begrippen Lidmaat geworden eener Kerk, die daarmede
zoo in 't politieke als ten opzichte der leer uitnemend strookte, en die,
aan haar formulieren gehecht, geen afwijkingen duldt op een liberaler
grondgebied — daarby, uit overtuiging zoo wel als om 't voorbeeld, ge-
hecht aan de trouwe inachtneming van den Sabbath, uit lief hebbery zoo
wel als uit plichtbesef, yverig kerkganger, in 't kort, van nature reeds
geheel Engelachman op dat punt fin. ten gevolge van zijn verblijfin En-
geland, nóg yveriger op dienzelfden weg voortgegaan, was hy geheel
buiten den invloed gebleven, dien. sedert 1834, zoowel do hier uitgeko-
men theologische en politieke geschriften als de hier plaats gehad heb-
bende gebeurtenissen en de wrijving van denkbeelden, uit een en ander
ontstaan, op onze landgenooten hadden uitgeoefend: en moeilijk kon hy
zich Nederland anders voorstellen, dan gelijk hy het in 1834 verlaten
had; en dan loste zich dat Nederland nog voor hem hoofdzakelijk op
in Leyden, met zijn herinneringen uit den Patriotschen tijd en zijn trek-
schuiten, met zijn Bilderdijksche school en zijn promotiepartj'en te Lisse,
met zijn Professoren en zijn pooieraars, met zijn kollegies en met de
troep van Hoedt en Bingley. In deze voorstelling, welke zich Van de Linde
voortdurend, en spijt zijn beter oordeel, van Nederland bleef maken, vindt
men den sleutel van dat kluchtig uitvaren tegen de Keezen, en van zoo
vele andere beelden en uitdrukking:*»", die in 's mans gedichten voorko-