Boekgegevens
Titel: De gedichten van den Schoolmeester
Auteur: Schoolmeester, de; Lennep, J. van
Uitgave: Arnhem, Nijmegen: E. & M. Cohen, ca. 1900 *
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7995
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201826
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De gedichten van den Schoolmeester
Vorige scan Volgende scanScanned page
134
De kaasmaker.
»Of 'tis u door de koe gebaard.
»De melk, die tot de kaas behoort,
»Brengt onze schoone sexe voort.'*
Maar zie, daar treedt in volle pracht
Een schaap te voorschijn met zijn vacht,
En spreekt: »o Ossen! wordt gy dol?
»0 koeienI krijgt gy 'tin uw bol?
»0 kalfskop! raakt uw brein op hol?
»Of zijt gy blinder dan oen mol,
»En houdt ge u, of gy zoudt vergeten
»De schapenkaas, die menschen eten?
»Het keurig lammerenprodukt
»Dat na den disch de maag verrukt?
»Kwansuis of gy 'tniet hadt geweten?
»Wy toch, zoo wel als gy, o veel
»Doen aan de kaasnegotio meê."
»Jandorie 1" zegt hierop een ram,
Die om te luistren naderkwam,
»Ik dacht voorwaar niet, juffrouw Lam,
»Dat gy zoo dapper wist te spreken
»En lansen met den vijand breken.
»Kom, volg my naar het echtaltaar
»En worden wy terstond een paar."
De dorpeling gaf hier den zwiep
Aan 't ros, dat dit gezwets ontliep.