Boekgegevens
Titel: De gedichten van den Schoolmeester
Auteur: Schoolmeester, de; Lennep, J. van
Uitgave: Arnhem, Nijmegen: E. & M. Cohen, ca. 1900 *
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7995
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201826
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De gedichten van den Schoolmeester
Vorige scan Volgende scanScanned page
120 Eerste brief van den schoolmeester.
Die toch, zoo lang zy leeft
Hoogachtend de eer steeds heeft,
Om, Totes Tuwes, in de hoop u weêr te zien.
Te zijn,
{get.) Uw Willemien.
Voor Hopy conform:
de Schoolmeester.
EERSTE BRIEF
VAN DEN SCHOOLMEESTER.
Naauw trapt ge een ezel op zgn teen
Of 't graanwtjen schreeuwt de bunrt byeen;
Maar streelt gy bem de Uidas-buid,
Terstond heeft al zijn razen uit.
Uit mijn onuitgegeven gedichten,
638te druk. blz. 114a.
AAN EEN VRIEND.
Wat aangename geur van zoetheid
Spreidt zich in uw geschrijf ten toon!
Wat treffend en oorspronkhjk schoon,
Waarvan de bron in 't rein gemoed leit,
Lacht m' in uw brieven vriendlijk aan
En doet my opgetogen staan.
Als ik uw vlucht mag gadeslaan.
Wat keur van uitgezochte woorden,
Gedachten vol van klem en zin,
"Vindt mijn verrukte ziel daarin I
Wat onnavolgbre harpakkoorden: