Boekgegevens
Titel: De gedichten van den Schoolmeester
Auteur: Schoolmeester, de; Lennep, J. van
Uitgave: Arnhem, Nijmegen: E. & M. Cohen, ca. 1900 *
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7995
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201826
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De gedichten van den Schoolmeester
Vorige scan Volgende scanScanned page
Tweede brief van Mina. lia
Het waa uw lier, Tartaar I
'k Zag in uw kruin een valen knol.
Doch in uw brein Apol.
Het zonlicht reist en daalt;
Doch in mijn boezem straalt
Het levenslicht der m n,
Dat end heeft noch begin.
Van ucht- noch avondscheemring weet,
O grijze lierpoëet!
De zee met haar gedruisch
En buldrend golfgebruisch
Is *t kabblen van een vliet.
Die langs de biezen schiet,
Is 't ruischen van d'Koolsche snaar,
By Minaas hartmisbaar.
O ziel met angst vervuld.
Als varkensworst met zult I
O ongelukkig kind.
Dat zoo n Tartaar bemint!
^ Ik deel my zelf dees toespraak meê;
't Is een apostrophé. —
Mijn hart, met wee bevracht,
Wenscht thands u goede nacht,
Ofschoon bewust hiervan,
Dat ik niet rusten kan.
Het bed, waarop de wanhoop slaapt,
Gedoogt naauw dat men gaapt.
En, hoe verstokt gy bleeft,
Die nimmer aan haar schr