Boekgegevens
Titel: De gedichten van den Schoolmeester
Auteur: Schoolmeester, de; Lennep, J. van
Uitgave: Arnhem, Nijmegen: E. & M. Cohen, ca. 1900 *
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7995
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201826
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De gedichten van den Schoolmeester
Vorige scan Volgende scanScanned page
116
Tweede brief van Mina. lia
Niet dat gy my toen opat: neê,
Maar wel mijn zielevreê,
Neen, op 't Criestal-pelijs
In 'saardrijks schatkist grijs,
Daar zag ik veel te veel
Van u, O Philomeel!
Voor Wilhelminaas zielerust,
Sints toen vaarwel gekust.
Omdat gy sedert Een-
En vijftig, heel gemeen.
Geen taal of teeken geeft
Of gy nog leeft, of sneeft;
Daar toch geen schepsel ligt in 't graf
Of zond bericht vooraf.
Wat is voor my op aard'
Prieel of bloemengaard,
Een hof, van ruikérs vol,
O snoode krullebol!
Mijn neus, o Karei, que fadoor.
Leent aan geen ruikers 't oor.
Ik minde u reeds als kind,
Toen ik. van honger blind,
De moederborst ontfing,
Of op den leiband hing.
En, zoo die leiband plotsling brak.
Mijn neus in 't aardrijk stak.
Of is 't u onbekend,
Hoe gy mijn afgod bent.
Dien ik veradoreer.
En hoe, WelEcdle Heer I
Ik — immers voor zoo ver ik weet —•
Nooit met een ander vroed.


m