Boekgegevens
Titel: De gedichten van den Schoolmeester
Auteur: Schoolmeester, de; Lennep, J. van
Uitgave: Arnhem, Nijmegen: E. & M. Cohen, ca. 1900 *
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7995
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201826
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De gedichten van den Schoolmeester
Vorige scan Volgende scanScanned page
Tweede brief van Mina. lia
By tienduizenden krioelen,
d'Exositie, beste maat,
Haar een huis, dat ledig staat,
Omdat gy niet met haar gaat;
Daarom, schoon zy jong en bol is,
Maar op u. Mijnheer, zoo dol is,
Valt zy levend van de graat.
Ach 1 beklaag dus haar positie,
En hoor gunstig haar petitie,
Die zy thands te schrijven staat.
Zo is begeerig, ze is begeerig,
— Ach I wees gy het wederkeerig —
Naar een schuldloos rendez-vpus.
Kom dus, lieve dichter, wilje.
Morgen vroeg in Piccadilje,
Morgen vroeg naar Mina toe,
In het koffijhuis de Koe.
TWEEDE BRIEF VAX MINA.
Om deze liefde treurt.
VONDML,
Zyt gy op my vertoornd
En als een stier gehoornd
En slaat gy geenszins VIII
Op mijne jammerklVIIi?
Het was in 1 en 5tig, ach I
Dat Mina 't laatst u zag.
Te Londen in »de Koei"
Zag zy, in Amors boei,
Nog naauwlijks zestien jaar,
U, Cannibaal! aldaar.