Boekgegevens
Titel: De gedichten van den Schoolmeester
Auteur: Schoolmeester, de; Lennep, J. van
Uitgave: Arnhem, Nijmegen: E. & M. Cohen, ca. 1900 *
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7995
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201826
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De gedichten van den Schoolmeester
Vorige scan Volgende scanScanned page
mm
108 De terugkomst van den zomer.
De man is blind; ofschoon er dat in *t donker minder toe doe.
Die by dat fraaie geluid zich niet voelt opgewekt, moe te zingen.
Of voor minst een polka of galop, of touwtjen te springen,
Van dien kan men zeggen, zonder dat men zich vergis,
Uat hy een mislukte kweekeling van het Instituut der Doofstommen i»
Of wel, dat hy in plaats van met een hart te zijn geboren,
Hy een kei in zijn borst draagt, en dat nog wel een bevroren.
Doch hier komt voor de variatie een onweder aan.
Menige schoorsteen kan nu gerust zeggen: »'tis met my gedaan."
Terwijl in de verte, van achter de wolkgordijnen,
Van tijd tot tijd de bhxem begint te verschijnen;
Ofschoon 't zoo donker is in 't verschiet,
Dat men bovengenoemde zelfs meermalen niet ziet.
En er ontstaat zulk een vervaarlijk rommelen van den donder,
Dat men een honderd ton turf meent te hooren, rollende van den zolder
Geaccompagneerd met zoo'n ongemakkelijke regenvlaag, naar onder.
Dat ik menschen, die zonder parapliii zijn, beklaag.
De halve populatie is onmiddelijk druipnat;
De andere helft heeft koü gevat;
De rest neemt terstond een warm bad:
Van 't overige gedeelte heb ik geen tijding gehad.
DE TERUGKOMST VAN BEN ZOMER.
Zoo is het warme weêr in 't eind teruggekeerd
En ziet men lieden, wier gezondheid was bezeerd
Door koü, zich in den gloed der zonnestralen koestren,
Niet langer in hun huis geklemd als Texelsche oestren.
De Zomer nadert en de Winter schuurt zijn piek;
't Was tijd waarachtig; want hy maakt het menschdom ziek.
Nu kan men in zijn hemd of zomerbroek weêr loopen
En aan een crediteur zijn duffelsch buis verkoopen: