Boekgegevens
Titel: De gedichten van den Schoolmeester
Auteur: Schoolmeester, de; Lennep, J. van
Uitgave: Arnhem, Nijmegen: E. & M. Cohen, ca. 1900 *
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7995
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201826
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De gedichten van den Schoolmeester
Vorige scan Volgende scanScanned page
11 Iets over den schrijver en zipi dichttrant.
ander gezelschap dan van ongemanierde boeren. Gewis, de verandering
zoü groot zijn geweest; want te Leyden bewoog zich Van de Linde in
een kring van jonge lieden, even uitmuntende door talenten als beschaafd-
heid, en die tevens, als hy, het voorschrift van Horatius wisten te be-
trachten en hot aangename aan het nuttige te paren.
Maar nu was er intusschen in den financieelen toestand van onzen
kandidaat een noodlottige verandering gekomen. Zijn vader, door tegen-
äpoed op tegenspoed in zijn zaken verachterd, had van lieverlede zijn
geheel vermogen zien wegsmelten : wel werd de zoon door onderaten-
ning, van elders genoten, in staat gesteld zijn studiën voort te zetten;
doch, nu hooge zuinigheid plicht ware geweest, bleek hy die kracht van
geest te missen, die zich in ontbeeringen schikken kan, en ging hy voort,
de levenswijze te volgen, tot nu toe geleid. Het kon niet anders, of hy
moest hierdoor in ongelegenheden geraken; en deze werden nog ver-
zwaard door byzondere omstandigheden, welke het noodeloos is, hier te
vermelden. Het gevolg van een en ander was, dat zijn kans, om ooit
hier te lande den predikstoel te aanvaarden, hoe langer hoe meer be-
moeilijkt werd. Met besef hiervan bracht hem, op den raad zijner vrien-
den en op de uitzichten, hem daartoe geopend, tot het besluit om een
betrekking te zoeken aan do Kaap de Goede Hoop of in eenige andere
kolonie van Hollandschen oorsprong en nu door de Engelschon beheerd.
Het was met dit doel, dat hy, in Februarij 1834, de Akademie en kort
daarop het Vaderland verliet en zich naar Engeland begaf.
Ofschoon hy van goede aanbevelingen was voorzien, waren toch in der
aanvang zijn vooruitzichten alles behalve opbeurend. Hy verstond tijdeni-
zijne ontscheping te Londen geen woord Engelsch — wat hy echter bin-
nen een paar maanden voortreffelijk leerde spreken en schrijven — en,
hoezeer met de meeste welwillendheid te Londen ontfangen o. a. door
den Heer Dedel, onzen toenmaligen Gezant aldaar, door den Heer H.
Hope en door den geleerden geneesheer Dr. Hodgkin, met welken laatste
hy vroeger hier te lande in de Delftsche trekschuit toevallig kennis
had gemaakt — toch vond hy zich langen tijd bedrogen in zijn ver-
wachting, dat het oogmerk, waarom hy zich naar Londen begeven had,
zou kunnen bereikt worden. Wel leerde men al spoedig zijn gezel-
schap op prijs stellen en werd hy dan ook herhaaldelijk in deftige
huizen te gast genoodigd, wat in Londen, waar de ongastvrije gewoonte