Boekgegevens
Titel: De gedichten van den Schoolmeester
Auteur: Schoolmeester, de; Lennep, J. van
Uitgave: Arnhem, Nijmegen: E. & M. Cohen, ca. 1900 *
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7995
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201826
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De gedichten van den Schoolmeester
Vorige scan Volgende scanScanned page
De avondstond, 107
DE AY0NDST05D.
Wat is toch, wanneer het donker wordt, de avondstond verrukkend I
Vooral, wanneer men over dag hooft moeten zeggen: »wat is het drukkendi"
En dan drinkt men met veel meer pleizier
Een scharretjen met een glaasjen bier.
Ook woet ik niet, hoe er menschen kunnen zijn,
Die iets hebben tegen den maneschijn
Of die over de staartstarren
Zoo bester kunnen harrewarren,
Zonder dat zy schijnen te weten.
Dat het niet anders zijn dan komeeten.
Wat by avond hoogst opmerkelijk is inderdaad.
Ja onbegrijpelijk voor wie geen Natuurkunde verstaat,
Is, dat dan altijd de zon in *t Westen ondergaat,
Ja zelfs zonder dat zy 't een enkelen avond overslaat,
En evenmin valt aan een onkundige de verklaring licht,
Dat, als hy haar naloopt, zy hem altijd schijnt vlak in 't gezicht,
En zijn schaduw hem dan ook volgt op den voet.
Maar hem vooruit loopt, zoodra hy het tegenovergestelde doet.
Doch wie zulke physische verschijnsels wil expliceoren.
Dient oerst nog een jaar of wat in het vak to studeeren.
Doch wenden wy liever onze blikken naar deze statelijke abeelen.
Dat zijn kinderen, die daar onder spelen.
Aan hun schoolboek, benevens hun lei en hun spons.
Hebben zy in dit bekoorlijk avonduur natuurlijk renons;
Terwijl andere menschen
Mekaêr fatsoenlijk »goeden avond" en »hoe vaar je?" wenschen.
En andere weer zich vermaken met stoeien,
Of met op den kant van een weiland te luisteren naar 't loeien.
Van de zich aldaar bevindende ossen of koeien.
Of ook wel, om in een tentschuitjen naar de overzij te roeien.
Maar nu komt er iemand met een viool. — Hoor toe!