Boekgegevens
Titel: Eerste honderdtal leerzame verhalen voor kinderen: een leesboek voor de scholen
Auteur: Schmid, Christoph von
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink en De Vries, 1871
[S.l.]: J. de Vries en zoon
[Herdr.]
Opmerking: Vert. van: Lehrreiche kleine Erzählungen für Kinder. - Bdch. 1
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7922
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201803
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste honderdtal leerzame verhalen voor kinderen: een leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
MBMM
Bracgt ban ooft get fiaïfaaneen tautanaat get
gasteel en betjotgt ben geet/ bit al^ een geftgenft ban
gent te taillen ontbangen. Äaat be geer / bie jeet
tael tai^t taaatom be gictige Boet tgan^ 30a milb
taa^/ taeigetbe bit iëtalfje aan te nemen.
^oen be Boet nogtanjS baottging met fiebelen en
fmeeSen/ bat gg totg 3Ün geftgenft niet 30U bet?
fmaben/ 3eibE einbetgft be betftanbige geer: „WtU
aan ban; ombat gg mg baartoe btaingt/ 300 neem
ift Uta geftgenft aan. 5^aat gg etgtet tgan^ 300
milb tc mgnen opsitgtc sgt/ mag ift bit ooft niet
minbct omttent u taesen. 3ïft tail u bu^ in^gclijftl
een geftgenft geben / en tael ict^/ bat mij btiemaal
meer fto|t ban uta ftalfjc taaarb i^." €n bit 3tg'=
genbe/ gaf gij ben bcrfiaagben cn berfcgriftten Boer
bc gem taclBeftenbc/ groote — raap.
.poelet (^ij ôoot veiujew te vezßiiu()eu,
Çt^ juft u jcfw' ■ßeütogcw viuöeii.
""xvrnT
E(D(DL
Twee handwerkslieden, jozef en Willem, gingen eens
voorbij een' moestuin in een dorp.
«Kijk eens," zeide jozef, //welk eene groote en fraaie
kool daar staat!"
;,Ei," antwoordde Willem, die gaarne pochte, «deze
kool is niet groot. Op mijne reis heb ik eens eene kool
gezien, die veel grooter was dan het huisje, dat gij hier
ziet."
Jozef, die een koperslager was, zeide hierop: »Dit
is zeker nog al van belang; doch ik heb eens een' ketel
helpen maken, die zoo groot was als de kerk."
//Maar ik bid u," riep nu willem, //zeg mij toch eens,
waartoe had men dan zulk een' grooten ketel noodig?"