Boekgegevens
Titel: Eerste honderdtal leerzame verhalen voor kinderen: een leesboek voor de scholen
Auteur: Schmid, Christoph von
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink en De Vries, 1871
[S.l.]: J. de Vries en zoon
[Herdr.]
Opmerking: Vert. van: Lehrreiche kleine Erzählungen für Kinder. - Bdch. 1
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7922
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201803
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste honderdtal leerzame verhalen voor kinderen: een leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
IV.
De Broeder en de Zuster.
Jakob en anna waren eens alleen te huis, en toen
zeide jakob: //Kom, anna! nu zullen wij iets lekkers
opzoeken en eens recht smullen."
,/Goed!" antwoordde zij: //Als gij mij op eene plaats
kunt brengen waar ons niemand ziet, dan wil ik mede-
doen."
/»Welaan," zeide jakob, «ga dan met mij naar de
melkkamer, daar kunnen wij ons samen aan zoeten room
vergasten."
Maar anna antwoordde: //Daar ziet ons de buurman,
die op straat hout hakt."
//Volg mij dan naar de keuken," hernam jakob,
//daar staat in de kast een pot vol honig; laat ons daar
ons brood in doopen."
Anna zeide echter: //Daar ziet ons de buurvrouw, die
aan het raam zit te spinnen."
//Dan zullen wij in den kelder appelen eten," zeide
jakob; //daar is het zóó donker, dat ons zeker niemand
zien kan."
Maar anna antwoordde: «O! mijn lieve jakob ! denkt
gij dat ook daar niemand ons ziet? Weet gij dan niet,
dat boven ons een alziend oog is, dat door muren dringt
en in het duistere ziet?"
Jakob verschrikte en zeide: //Gij hebt gelijk, lieve
zuster! God ziet ons ook daar, waar geen menschelijk
oog ons zien kan: laat ons dus nergens iets doen, dat
kwaad is.''
Anna verheugde zich, dat haar broeder hare woorden
ter harte nam, en schonk hem daarom een fraai prentje,
waarop een oog geteekend stond, door stralen omringd,
en waaronder geschreven was:
„Hoe diep gij ook verborgen zijt,
Gods alziend oog ziet u altijd."