Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
78 ACHTER-INDlë. § 21.
vuldigst versierde, meest ontwikkelde leden en organen van het
verkeer; zij liggen van het oosten naar het westen rondom eeu
derde gedeelte der aarde en behooren tot verschillende zeeën. Er
behooren zes der meest verschUlendc landstelsels toe, waarvan elk
met zijne bewoners eene wereld op zich zelf vormt." 1).
§ 21.
ACHTER-INDië.
Het tropische schiereiland Achter-Indië, tusschen de
Zuid-Chinesche zee en de golf van Bengalen, is in't noorden onder
den kreeftskeerkring onmiddellijk verbonden met het centrale
hoogland en bevat de zuidelijke uitloopers daarvan in berg- en
stroomstelsels. Een dezer uitloopers, de middenste en smalste,
het schiereiland Malakka, strekt zich uit tot in den archipel van
Soenda en de nabijheid van den evenaar. Daardoor ontstaat
eene aanzienlijke kustontwikkeling van het geheele schiereiland
(1500 mijlen of 1:27, gelijk in Europa).
Vijf gi-oote meridiaan-bergketens loopen van het
noorden naar het zuiden door dit schiereiland, dat met een bijna
bovenmatigen rijkdom aan water gezegend is. Zij scheiden het in
vier lengtedalen, waarvan elk weder door een stroom (insgelijks
van 't noorden naar 't zuiden) besproeid wordt: a. het C o c h i n-
Chinesche kustgebergte ; h. het Oost-S ia mesche schei-
dingsgebergte (tusschen de Kambodja-rivier en Siam); c. het
W e s t-S i a m e s c h e scheidingsgebergte (tusschen Siam en Bir-
man); </. het B i r m a n s c h e scheidingsgebergte ; e. de kustkete-
nen van A r a k a n. De aanzienlijkste der vier hoofdstro o-
m e n zijn de K a m b o d j a en de I r a w a d d i. Deze gelijk-
vormigheid der berg- en rivierstelsels stemt overeen met die van
het klimaat (een tropisch met moessons en geregelde regentij-
den) en de voortbrengselen, in welker rijkdom het achterste
schiereiland met het voorste (§ 22) wedijvert. Bijzonder eigen
zijn hier de edele metalen en talrijke olifanten; vooral behoort
1) Zie Bitter, Erdkunde von Asien, I. S. 63.