Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
KOREA EN' L.VDAKH. § 19. 75
koude vau het klimaat besehut; vooral levert de wol vau het
Tibetaansehe schaap de stof voor de beroemde weefsels, die uit
Kaschmir in den handel komen (zie bl. 86). — Het volk bestaat
uit twee volkomen gescheiden standen: een wereldlijken, waar-
aan het werk en in het algemeen de zorg voor alle wereldlijke be-
hoeften is overgelaten, en eene geheel hiërarchisch geregelde g e e s-
telijkheid, die alleen te zorgen heeft voor de geestelijke welvaart
van het geheele volk. Het geestelijk opperhoofd der Tibetanen is de
Dalai-Lama; twee in L'Hassa wonende Chinesche generaals, die
tevens met den Dalaï-Lama de openbare ambtenaren uit de aan-
zienlijkste familiën benoemen, hebben het beheer over het krijgs-
wezen.
Het paleis of liever het klooster van tien Dalai-Lama op een berg bij
L'Hassa bevat 10 000 kamers vol afgodsbeelden; de praehtzaal van dit
Boedhaistisch vatikaan, waarin de Tibetanen hunne gebeden om reiniging
hunner zonden verrigten, is met muurschilderingen van historischen aard
versierd. Een tweede klooster-paleis in de hoofdstad van Achter-Tibet (Tcs-
joe-Loemboe op den regtcr oever van den Boven-Brahmapoetra) bestaat
uit 300—400 huizen, door riDgmuren omgeven, met tempels, mausoleen,
kloosterhovcD, paleizen, paviljoens en andere gebouwen van zonderlingen
aard, bewoond door meer dan 3000 monniken, die onder het opzigt van
vier Lama*s voor het ceremonieel zorgen, dat is, om de drie dagen een
plegtig morgengebed verrigten met luid gezang en daverende muziek,
waarvan het paleis dreunt. In het geheel telt men 3000 Boedhaistische
kloosters in Tibet.
VI. KOREA EN LADAKH.
Behalve de genoemde landen rekenen de Chinezen nog tot
hunne bezittingen in het oosten het koningrijk Korea (met
7 mill. inwoners) en in het westen het koningrijk Ladakh;
beide rijken betalen schatting aan den Chineschen keizer, maar
zijn wegens hunne ligging tevens nog schatpligtig aan een twee-
den heer, te weten Korea aan de Japannezen, Ladakh aan de
Afghanen. Korea is er te meer onafhankelijk door in zijn in-
wendig bestuur, want alle pogingen der zoo magtige Chinesche
keizers om Korea in eene Chinesche provincie te veranderen,
hebben schipbreuk geleden op de ijverzucht der Japannezen.
Het schiereiland Korea scheidt de Japansche zee van de Gele
zee. Even als zijne gedaante aan Italië doet denken, krijgt het