Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
74 BTJITEN-BEZITT. DER CHINEZEX. ILI. TIBET. § 19.
Khalkas, onder eene soort van hoogepriester staan en den keizer
jaarlijks schatting betalen in paarden, kameelen, schapen en ander
vee, of huiden daaiTan; hiertegen ontvangen zij echter geschen-
ken, als prijs voor hunne onderwerping. Het land is eene hoog-
vlakte, w^aar bijna volslagen gebrek aan hout en water is; het
midden wordt ingenomen door de woestijn Gobi (zie bl. 62).
De bevolking is even gering als in Mandsjoerije (2 miU.).
IV. HET WESTELIJK GEDEELTE VAN AZië (iLl).
Het westelijk gedeelte van Midden-Azië op beide zijden van
het Hemelgebergte (welks noordelijke en zuidelijke voet op groo-
ten afstand van de zee vulkanische verschijnselen aanbieden,
terwijl in den regel de vulkanen in de nabijheid der zee liggen)
bestaat uit het Ds j o e n gar e nlan d, als de noordwestelijke
grens van het Chinesche rijk, en uit Oost-Turkestan of
Klei n-B o e k h a r ij e met de aanzienlijke handelsplaats
Kaschgar (80 000 inwoners?).
V. HET ZUIDELIJK GEDEELTE VAN MIDDEN-AZië OF TIBET.
De noordelijke zijde der midden- en oost-groep van den Hi-
malaja wordt ingenomen door het golvend 1) (13 000—14 OOG'
hooge) land van Oost- of eigenlijk Tibet. Het ligt
tusschen den Koeënloen in 't noorden en den Himalaja in 't zui-
den, maar wordt door eene middelmatige bergketen in eene
noordelijke en eene zuidelijke streek van tafellanden verdeeld;
de noordelijke is zoo goed als onbekend; in de zuidelijke (Zuid-
Tibet) ligt aan eene zijrivier van den Boven-Brahmapoetra de
zonderlinge hoofdstad van Tibet, L'H a s s a , de residentie van
den Dalaï-Lama.
Het Tibetaansche hoogland is bijna de helft van het jaar met
sneeuw bedekt, terwijl in de andere helft de warmte sterk genoeg
is om het koren te doen rijpen. De dierenwereld van 't hoog-
land wordt door een kleed van buitengewoon digt haar tegen de
1) Volgens H. Schlagintweit is Tibet geen plateau, maar een golvend
land.