Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
MANDSJOEHIJZ. § 19. 73
plaats werd, iu weêrwil van hare ondiepe, ongunstige reede, het
punt van uitgang voor het drukke haudelsverkeer met de geheele
wereld, omdat hier achter eeue bevolking ligt, die anderhalf maal
zoo groot is als die van Europa, en waartoe men tot voor kor-
ten tijd alleen hier toegang had. Want eerst in het jaar 1841 ge-
lukte het aan
h, de Eng el SC hen, om door een vredestraktaat het veel gun-
stiger gelegen eiland Hongkong, aan de tegengestelde (oost-)
zijde der Canton-monding, in bezit te krijgen en daardoor den
Europeschen handel met het „Hemelsche rijk van 't midden" een
tweeden toegang te verschaffen. De hoofdstad Victoria heeft
eene ruime, diepe haven met twee tegenoverliggende ingangen,
die meu alzoo bij alle wiuden kan binnenloopen. Zij is spoedig
het hoofdsteunpunt van de Engelsche magt in Indië geworden, en
schijnt den handel van Macao den doodsteek te geven.
IL MANDSJOERIJE.
Mandsjoerije omvat de noordoostelijke helling van het hoog-
land in Midden-Azië of het Alpenland van Mandsjoerije. In
185 8 is aan de Russen de linker oever van den Boven- en
Midden- en de beide oevers van den Beneden-Amoer afgestaan.
Achter het steile kustgebergte ontwikkelt zich een bekoorlijk Alpenland,
het stamland der Mandsjoe's, de tegenwoordige beheerschers van China.
Ten westen van dit Alpenland verheft zich een der hoogste randgebergte-
ketenen (de Khingkan), die, loopende van het noorden naar het westen, eene
natuurlijke grens maakt tusschen volkeren (de Mandsjoe's in oosten eu
de Mongolen in 't westen), klimaten en plantengroei, en hare voortzetting
vindt in het grensgebergte Jablonoi-Chrebet.
Eerst sedert ongeveer 300 jaren hebben zich de Mandsjoe's uit
verscheidene horden tot eene groote overheerseheude natie gevormd,
die hare veroveringen uitstrekte over geheel China, Mongolië, Groot-
Boekharije, het land der Dsjoengaren en Tibet. Men wil, dat hunne
taal veel overeeifkomst heeft met de Hoogduitsehe, zoo als er dan
ook sporen voorhanden zijn, dat de Indo-Germaansche taalstam
eens tot in het noordoosten van Azië verspreid was.
III. HET OOSTELIJK GEDEELTE VAN MIDDEN-AZië OF MONGOLië.
Even als de volgende provinciën behoort Mongolië tot de
zoogenaamde buitenbezittingen, d. i. tot die deelen van het rijk,
welke hunne eigene hoofden en vorsten hebben, of, zoo als de