Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
70 EIGENLIJK CHINA. § 19.
de Aziatische staten alleen Japan met China meten. De handel be-
paalt zich bijna alleen tot het binnenland en wordt door talrijke
rivieren en kanalen ongemeen gemakkelijk gemaakt.
Staatkundige indeeling en topograpliie.
De Chinezen zelf deelen hun rijk naar den regeringsvorm in
drie hoofddeelen:
1. Het eigenlijke China of de 18 provinciën, in 't al-
gemeen het land door de Mandsjoe's veroverd.
2. Mandsjoerije of het vaderland der Mandsjoe's in't
noordoosten van de Da-oerisehe bergen tot aan den oceaan.
3. De zoogenaamde buiten-bezittingen: Mongolië,
Dsjoengarije, Oost-Turkestan en Tibet.
I. EIGENLIJK CHINA
of het „rijk van 't midden," aan de oostelijke helling van het
Achter-Aziatisch hoogland, in den zuidoostelijken hoek van het
kontinent, hoofdzakelijk het benedengebied van de tweelingstroo-
men, Hoangho en Jantse-Kiang en eenige kustrivieren, omvat
"'■f. van het geheele rijk met eene bevolking van meer dan 400
millioen, die niets minder dan barbaren zijn. Een gedeelte de-
zer digte bevolking (6000 op 1 Q mijl) leeft niet op het vaste
land, maar als waternomaden trekken geheele visschersvolken
in vaartuigen rond, die drijvende dorpen vormen. Dit land, in
den gematigden gordel gelegen en zich tot in de tropische ge-
westen uitstrekkende, doorsneden door de grootste stroomen der
oude wereld en in zijne meer bedrijvige deelen door een verba-
zingwekkend kanaalstelsel, verscheiden in klimaat en rijk in
afwisseling van bodemhoogte, het vaderland en te gelijk eene
voorname kweekplaats van vele en bijzonder gezochte handels-
produkten, den theestruik (tusschen 24—35° noorder breedte)
en den bijna even zoo belangrijken rhabarber op de hellingen
van het Sneeuwgebergte, moet noodzakelijk eene der rijkste
bronnen voor den handel worden, zoodra het zijne afgezon-
derde stelling laat varen en het verkeer vTij gesteld wordt.
Het is eene wereld op zich zelf, die geene natuurlijke gemeen-
schap heeft met de hoogvlakten van Midden-Azië, en toch is het