Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
GODSD. EN STAATSREGELING VAK CHINA. § 19. 69
Godsdienst. Oorspronkelijk vereerden de Chinezen een hoogste
wezen, Tian (hemel), en bovendien nog vele geesten van onderge-
schikten rang, beschermgeesten der steden, bergen, rivieren, enz.
Toen later het rijk in vele kleine, elkander beoorlogende staten
verbrokkeld werd en met de anarchie ook het zedenbederf toenam,
beijverde zich Confucius, omstreeks 600 v. Chi-., om de staatkun-
dige eenheid en daarmede tevens het zuiver geloof der voorvaderen
en hunne zeden weder te herstellen, en zijne leer vond door tal-
rijke leerlingen ingang bij de betergeziuden van het volk. Niet lang
voor de geboorte van Cliristus kwam de leer van F o of F o e op,
die overeenkomt met Boedha bij de Indiërs, en vond algemeene
verspreiding onder de mindere volksklasse. Deze sekte heeft de
zachte cn milde leer van Boedha met afschuwelijk bijgeloof ver-
mengd, en aan haren invloed is hoofdzakelijk de diepe ontaarding
en zedelijke verbastering der groote menigte in China toe te schrij-
ven. — Katholieke en Protestantsche zendelingen zijn niet zonder
gevolg voor de uitbreiding van het Christendom in China werk-
zaam geweest.
De staatsregeling van eigenlijk China is zuiver despotisch.
Men heeft er niet eens begrip van eene scheiding van kerk en staat.
De „hoogverhevene" of „zoon des hemels," dien de buiten-
landers gewoonlijk keizer noemen, heerscht op last vau den hemel-
vader volkomen onbeperkt, want hij geeft wetten, en trekt ze in,
hij beschikt naar willekeur over leven en dood zijner onderdanen.
Volgens de begrippen der Chinezen is het rijk van den zoon des
hemels zoo groot als het wereldrond; dat het die grootte niet wer-
kelijk heeft, ligt aan de ongehoorzaamheid der barbaren, die zijne
regtmatige aanspraak niet willen erkennen. Het binnenlandsch b e-
stuur wordt uitgeoefend door den staatsraad des rijks, bestaande
uit vier geheimraden van den eersten rang (twee Mandsjoe's en
twee Cliinezen), waaraan de zes in Peking aanwezige ministeriën
ondergescliikt ziju; in de bijzondere (18) provinciën wordt het be-
stuur waargenomen door stadhouders en prefekten der steden van
den eersten, tweeden en derden rang. De beschermde staten hebben
eigene, meer of minder afhankelijke vorsten.
De bewoners worden naar hun rang verdeeld in twee klassen:
de grooten (door de Portugezen Mandarijnen genoemd) en het volk.
Tot liet laatste behooren de landbouwers, handwerkslieden, hande-
laren eu iudustriëelen. De landbouw, vooral de rijstkultuur, is zeer
aanzienlijk; in verscheidenheid en deugdelijkheid der produkteu
van nijverheid (lioofdzakelijk zijde, porceleiu, glas) kan zich onder