Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
68 BEVOLKING EN TAAL DER CHINEZEN. § 19.
leggen van dijken (niet door uitgraving) in verscheidene eeuwen
(sedert de 7de) is gevormd, heeft het meer het aanzien van eene
reusachtige waterleiding dan van een kanaal.
Bevolking.
Het getal inwoners van het Chinesche rijk Avordt volgens
eene zoogenaamde telling 1) van 1852 op 537 mill. gesteld,
van welke er alleen in eigenlijk China meer dan 400 mill. zijn.
Hunne taal vormt een hoofdtak van den zoogenaamden éénlet-
tergrepigen taalstam, welks karakteristieke kenteekenen: buitenge-
wone eenvoudigheid, armoede aan woorden en onveranderlijkheid
der wortelklanken, juist in het Chineesch het zuiverst aanwezig en
naar de strengste wetten volgehouden zijn.
Uit de zeer talrijke dialekten der Chinesclie taal (bijua elke stad heeft
een bijzonderen tongval) heeft zich reeds in de vroegste tijden eene door
het geheele rijk verbreide, edeler spreektaal (gelijk in Duitsehland het
Hoogduitsch) gevormd, die niet alleen hoogst welluidend is, maar zich ook
door hare wendingen, uitgelezen uitdrukkingen, enz. onderscheidt. Eene
eigenlijke schrijftaal, in zoo verre zij de niet-geartikuleerde geluiden moet
voorstellen, is er niet, daar men zich niet van phonetische teekens (letters)
bedient, maar voor elk woord een bijzonder teeken, zonder de minste be-
trekking op den klank, heeft. Iemand zou dus zeer goed Chineesch schrift
kunnen lezen, zonder de Chinesche taal te verstaan. Het getal éénletter-
grepige grondwoorden dezer taal is in 't oog loopend klein (500), maar
hun aantal wordt door verschillenden klemtoon (vierderlei toonteekens)
reeds meer dan verdubbeld (1200). De verder benoodigde voorraad van
woorden werd door verbindingen op eene even menigvuldige als zinrijke
wijze verkregen. Het getal der schriftteekens wordt zeer verschillend ge-
schat (ten minste 25 000), maar voor het gewone gebruik is de kennis van
4000—5000 karakters voldoende. — Hunne letterkunde, waarvan ons
slechts een klein gedeelte bekend is, loopt over bijna alle vakken van we-
tenschap (vooral geschiedenis, aardrijkskunde, statistiek, natuurweten-
schappen, philosophie); hunne gedichten onderscheiden zich door diepte
van gevoel, kortheid, rijkdom van gedachten, plegtigen, verheven ernst.
Maar uit het trotsche bewustzijn, dat zij hunne beschaving alleen aan
zich zelf te danken hebben, en uit eene bijna afgodische voorliefde je-
gens de oudheid volgt eene groote eenzijdigheid in eiken tak van kunst en
wetenschap.
1) Over de groote onzekerheid der Chines jhe opgaven, zie Peterm,
Mitth, 18G0, bl. 394, aanm.