Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
66 STUOOMSYSTEEM VAN CHINA. § 19.
strekt als op de noordelijke helling, en dat de sneeuwgrens aan
de zuidelijke helling lager ligt dan op dc noordelijke. Op de noord-
zijde heeft men namelijk het zachte klimaat van het aan alle kan-
ten afgesloten tafelland, dat hieraan zijne bewoonbaarheid voor
menschen en dieren te danken heeft; bovendien geeft de weerkaat-
sing der zonnestralen op horizontale vlakten eeue grootere warmte
dan op hellende.
Even als het hoogste Europesche gebergte gedurende eene reeks
van eeuwen de scheidsmuur was tusschen het beschaafde zuiden en
het onbeschaafde noorden, heeft, wel is waar, de hoogte en moei-
jelijkheid der passen van den Himalaja de verbindingen van Indië
met het noorderland niet verhinderd, maar toch zeer beperkt; aan-
rakingen door oorlog hadden uiterst zeldzaam plaats; de handel
van Indië versmaadde wel niet geheel deze rigting, maar zij was
voor hem de minst beduidende; de Boedha-leer vond en baande
zich echter eeu weg over het gebergte, even als het christendom
over de Alpen.
II. De terraslanden van Oost-Azië.
a. De voornaamste onder de talrijke, deels bevaarbare rivie-
ren, die op den noordoostelijken rand van Hoog-Azië ontsprin-
gen, is de Amoer 1). Hij ontstaat uit de vereeniging vau
twee riviergroepen, eene noordelijke en eene zuidelijke, breekt
door de terrassen van het Da-oerische bergland en stroomt (in
eene oostelijke en noordoostelijke rigting) door het bergachtige
kustland der Mandsjoe's of Tongoezen. De breede en diepe
stroom, rijk in zijrivieren en eilanden, schijnt, sedert hij gedeel-
telijk tot Eusland behoort (zie bl. 73), bestemd te wezen, om de
hoofdverbinding uit te maken tusschen Aziatisch Rusland en
den oceaan, ofschoon de monding ondiep en slechts 3 maanden
vrij is van ijs.
b. De beide Chinesche tweelingstroomen :de Hoangho
1) Petermann^s Mitth, 1857, bl. 297. Dat de meening der Mandsjoe's,
omtrent het ontstaan van den Amoer uit de vereeniging van den Soengari
en de Sehilka of Sachali, niet ongegrond is, en zij den Soengari als de
hoofdader van het verkeer op het Amoerstelsel beschouwen, zie aldaar bl.
519 en jaarg. 1860, bl. 93 aanm. Derhalve is de Argoenji maar eene zij-
rivier der Sehilka.