Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
62 UET HOOGLAND VAN ACHTEK-AZië § 19.
tigen vierhoek uit, waarvan de westzijde slechts 100 mijlen lang
is, terwijl de drie overige zijden ten minste viermaal die lengte
(400 tot 480 mijl) hebben. Het binnenland daarvan bevat
drie hoogvlakten, welke door vier van het westen naar het oos-
ten loopende bergketenen gescheiden zijn:
a. eene noordelijke vlakte tusschen den Altai en het He-
melsgebergte (Tian-Schan);
h, eene midden-vlakte tusschen het Hemelsgebergte enden
Koënloen, met de groote zandwoestijn, die bij de Mongolen
Gobi, bij de Chinezen Scha-mo (d. i. zandzee) genoemd
wordt; toch past deze benaming eigenlijk alleen op het midden,
dat bijna geheel met zandmassa's, zandheuvels, zandduinen be-
dekt is.
Gebrek aan water en voedingsmiddelen, gedurende bijna het ge-
heele jaar heerschende en in den winter ondragelijke koude, snijden-
de noordewinden, waardoor de winter dikwijls tot in Junij wordt
verlengd en die tot hevige stormen aangroeijen, maken de Gobi
ongeschikt voor eenige vaste bewoning, en zelfs zou het onmoge-
lijk zijn er door te trekken, wanneer men zich niet van den ka-
meel bediende en hier en daar kudden en gegraven putten voud.
Hier is het vaderland der wilde kameelen en wilde paarden; talrijke kud-
den van deze diersoorten maken den rijkdom der Khalka-MoDgoleD uit. ^
Even als de éénbultige kameel of dromedaris in West-Azië en Afrika, is
hier de tweebultige of bactriaan het eigenlijke schip der woestijn, en in
zoo verre hij vestigingen op tusschen-stations overbodig maakt, ook red-
der in de woestijn, die hij in aanhoudende marschen van 10—14 dagen
zonder spijs of drank, ten minste met minder bezwaar doortrekt dan
eenig ander dier, maar niet zelden bezwijkt hij ook onder de inspanning
en het gebrek, zoo als talrijke, langs den weg verstrooide geraamten ge-
tuigen.
c. Eene zuidelijke hoogvlakte, het plateau van Ti-
bet, tusschen den Koënloen en den Himalaja.
De beide voornaamste randgebergten van het hoogland in
Achter-Azië, die tevens de noordelijke en zuidelijke grens van
het Chinesche rijk uitmaken en dus hiertoe niet geheel behoo-
ren , zijn de Altai in *t noorden en de Himalaja in
't zuiden.