Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
60 WEKELDSTA.ND VAN CHINA. § 19.
gedeelte bijna niets dan koude, dorre zandwoestijnen bevat en
alleen het nomadenleven toelaat, strekken zich naar alle zijden
groote, rijk besproeide vlakten uit, maar die zeer in vTuchtbaar-
heid verschillen. Juist dit gedeelte van Azië vereenigt de meest
uitgebreide massa hoogland en de hoogste bergketenen van onze
planeet en heet daarom met regt Hoog-Azië. En daar de geo-
graphische natuur hier eenig in hare soort is, heeft Oost-Azië
ook zijn bijzonder slag van menschen, het Mongoolsche ras,
welks beschaving een stereotiep karakter heeft behouden.
§ 19-
HET CHINESCHE RIJK.
"VV e r e 1 d s t a n d.
Het Chinesche rijk is de grootste staat van Azië, de meest be-
volkte der geheele aarde en de oudste van alle thans nog bestaan-
de. Het bevat het hoogland van Achtcr-Azië, de terraslanden vau
den Amoer (uitgezonderd het laagste), den Hoangho en den Jantse-
Kiang, het Chinesche laagland en eenige eilanden. Uit deze groote
verscheidenheid van den grond bij eene verbazende uitgebreidheid
in breedte en lengte (z. nr. 2) en bij de uitstekende vlijt der be-
woners volgt eene buitengewone verscheidenheid van voortbrengse-
len, tot welker verspreiding door het land drie groote rivieren met
hare zijtakken en kanalen dienen. Uit dien hoofde zijn de Chinezen
sedert de oudste tijden in staat geweest om in hunne dringendste be-
hoeften door hun eigen land te voorzien en in dit opzigt huune on-
afhankelijkheid van het buitenland te behouden. Ook door de na-
tuurlijke ligging des lands, dat gedeeltelijk begrensd wordt door een
oceaan met zeer laat bevolkte en aangebouwde kuststreken, gedeel-
telijk door lioogvlakten, die met moeite toegankelijk, niet voor aan-
bouw geschikt en door wilde volken bewoond zijn, moest de nei-
ging tot afzondering, die over 't geheel in het karakter vau 't Mon-
goolsche ras schijnt te liggen, ten top gevoerd worden. Door deze
afsluiting tegen het buitenland, van waar men eene nog hardere
slavernij vreesde en dat men in zijn eigenwaan oordeelde als niet
bestaande te moeten bescliouwen, heeft de beschaving der Chinezen,
vooral in taal, letterkunde en staatsregeling, haar eigenaardig karak-
ter getrouw bewaard. Wel is China gedeeltelijk meermalen door
de Mongolen, later (1644) door de Maudqoe's geheel veroverd ge-