Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
HET LAAGLAND VAN AZië. § 15. 51
Achter-Indische stroomen; bh. de drie Voor-Indische: de Brah-
mapoetra, de G a nge s (290 mijl) en de In dus (S-IO mijl),
alle drie met digt bij elkander gelegen brongebied. De beide
eersten sluiten met hun boven- en middenloop het hoogste ge-
bergte der aarde, den H i m a 1 a j a , iu en vormen aldus een
gebergte-Mesopotamië; bij de monding vereenigen zij zich tot
één stroom. De Brahmapoetra stroomt niet alleen parallel met
den Ganges, terwijl beiden in gelijke rigting, ofschoon op te-
genovergestelde zijden, langs het hooggebergte loopen, maar ook
met den Indus, in zoo verre hij, even als deze, op de noordzijde
van den llimalaja ontspringt en om den oostrand van dit ge-
bergte vloeit, gelijk de Indus om den westrand. Vergelijkt men
integendeel den Indus met den Ganges, dan hebben beiden een
meer van elkander wijkenden loop (evenwijdig met de beide rand-
gebergten der tegenoverstaande plateaulanden van Tibet en Iran)
met ver van elkander verwijderde mondingen in tegenoverstaande
golven; cc. de tweelingstroomen Tigris en Euphraat, die
een diepliggend Mesopotamië vormen en zich insgelijks bij de
monding tot één stroom vereenigen onder den naam van Schat
el Arab;
d. twee vastland-stroomen de w e s t e 1 ij k e rigting: Gihon
of A m O e (Oxus) en Sir (Jaxartes), die uit het zelfde bron-
gebied naar het meer Aral vloeijen.
4. Het laagland, dat meer dan '/j van het werelddeel be-
slaat (284 000 Qmijl) en d«n benedenloop der groote rivieren
bevat, wordt even als het hoogland, in twee deelen gesplitst,
die in volstrekte hoogte natuurlijk veel meer, maar in uitge-
breidheid veel minder overeenkomst hebben :
a. Het binnenste, naar de vastlandzijde der planeet ge-
keerde laagland (240 000 Q mijl) bevat Siberië en Toeran,
beiden zeer ongelijk in omvang, want Siberië strekt zich over de
geheele breedte van het werelddeel uit, waarvan het beslaat.
Het laagland van Toeran (met het meer Aral) vormt den over-
gang van Azië naar Europa.
h. Het buitenste, naar de zeezijde gekeerde of pelagisehe
4*