Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
50 DE 14 GROOTE STROOMSTELSELS TAN AZië. § 15.
op smalle kastranden uitloopt; de stroomen van Amerika, of-
schoon met nog grooter gebied dan die van Azië, volgen met
weinige uitzonderingen maar ééne rigting; alleen Midden-
Europa heeft wegens de centrale ligging van het Alpensysteem
gelijksoortige verhoudingen in de verdeeling des waters, maar
natuurlijk op veel kleiner schaal. Doch een verschijnsel, bijzon-
der eigen aan de Aziatische waterstelsels, zijn de dubbel- of
tweelingstroomen, die van de zelfde hoogte uit imburige bron-
gebieden komen, eerst in tegenovergestelde rigtingen van elkan-
der afgaan, maar dan eensklaps op elkander aanvloeijen om
weder bf als parallelstroomen (gelijk Gihon en Sir, de beide
Chinesche, en tot op zekere hoogte ook Ob en Jenissei), bf na
de vorming van een groot Mesopotamië, ten laatste vereenigd
(gelijk de Ganges en de Brahmapoetra, de Euphraat en Tigris,
Ob en Irtisch) in zee uit te loopen.
De terraslanden met zulke dubbele rivierbeddingen en de daar-
uit volgende verdubbeling van alle natuurvormen zijn, behalve die
in 't niet ontwikkelde noorden, de zetels gewordeu van de oudste
statenvormiug en van de vroegste beschaving.
Van de 14 groote stroomstelsels volgen
a. vier de noordel ij ke en noordoostelijke rigting:
Ob, Jenissei, Lena en Amoer, allen met eene stroom-
lengte van 410—460 mijlen. Hun bovenloop behoort tot het
hoogland, de middenloop gaat door eeuwenheugende bosscheu,
de benedenloop is gedurende een groot gedeelte van het jaar met
ijs bedekt;
b. twee de oostelijke rig-ting: Hoangho (570 mijl)
en J a n t s e-Ki a n g (650 mijl); beiden hebben grootere stroom-
lengte, doch kleiner stroomgebied dan elke der noordelijke rivie-
ren. Zoowel aan de bron als aan de monding komen zij digt
bij elkander en zijn, niet ver van de uitwatering, door het Kei-
zers-kanaal verbonden;
c. zes de z u i d e 1 ij k e rigting, en wel in drie groepen :
«ff. de Irawaddi, de waterrijkste (zoo al niet de langste?)
onder de parallelloopende, maar door ketengebergten gescheiden