Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE LOODEEGTE OF VEETIKALE VOEM VAN AZië § 15. 47
een niet onaanzienlijk deel van het binnenland, ofschoon van
de zee afgesloten, nog vele voordeelen van het kustland geniet.
§ 15.
DE LOODREGTE OF VERTIKALE VORM VAN AZië.
Even als Azië in een horizontaal opzigt de grootste uitbrei-
ding heeft, bezit het ook, wat vertikale afmeting betreft, het
meest uitkomende stelsel van landverheffliig op aarde, geheel
van Amerika verschillend, waar de vorm van laagland bepaald
overwegend is (zie bl. 16) en ook de verheffing van den bodem
niet als eene uitgestrekte plateau-vorming, maar als het grootste
stelsel van ketengebergte te voorschijn treedt. Doch al bepaalt
ook in Azië het hoogland, dat alleen % van dit werelddeel
(340 000 Q mijl) beslaat, het plastische karakter, dan is dit
toch zeer verschillend van dat, hetwelk gevormd wordt door het
eentoonig afgesloten Afrikaansch hoogland. Want het hoog-
land van Azië is niet zoo als dat van Afrika eene enkele aard-
massa, met weinig leden, maar het bestaat uit twee terrassen,
die zeer in uitgestrektheid en hoogte verschillen, en eenige af-
gezonderde plateaux of tafellanden. Verder zijn de hooglanden
van Azië door reusachtige randgebergten en gedeeltelijk
door afzonderlijke bergtoppen omgeven, aan wier
overzijde men geen smalle kustzoomen vindt, zoo als bij die
van Afrika, maar wel uitgestrekte laaglanden, waartoe de
overgang wordt gevormd door rijk gelede, trapsgewijs ge-
legen landen met wijd vertakte waterstelsels. Op het tafel-
land verheft zich soms ook nog een gebergte, dat alsdan plateau-
gebergte heet. Zoo treft men in Azië, en ook nergens anders
op de wereld, eene vereeniging van alle vertikale
hoofdvormen aan: hoogland (centraal en afgezonderd), en
laagland, tafel-, alpen- en terrasland, randgebergte. Door eene
zoo rijke plastische geleding is dit kontinent in 24 groote na-
tuurvormen van eene zeer karakteristieke gedaante gesplitst,
namelijk in:
twee centrale, overwegende hooglanden,