Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
46 HOBIZONTALE VORM VAN AZIC. § 14.
nigte en den aard der voortbrengselen, maar vooral door hare
eigendommelijke bevolking (de Maleische), vormt zij als het ware
eene wereld op zich zelf. In het Oosten is de schiereiland-
vorming (Korea, Kamtschatka, het T s ch u k t schen-
"V oor land, te zamen 14 000 Q mijl) reeds bijna tienmaal
minder dan in 't zuiden, terwijl de uitbreiding in zee door
eilanden (de Chinesche, Japansche eilanden, de Koerilen) nog
aanzienlijk is. In het Westen worden door een enkel groot
schiereiland, Klein-Azië (10 000 Q mijl), het groote eiland
Cyprus en talrijke kleinere eilanden de bruggen gevormd voor
de beschaving naar Europa. In het Noorden ontstaat door
diepe insnijdingen der zee in het land of liever door verwijde
riviermondingen nog steeds een grootere rijkdom aan leden door
landtongen en kapen, dan op de eentoonige kust van Afrika;
maar geen enkele dezer insnijdingen dringt door tot de gematigde
luchtstreek, gelijk de Hudsonsbaai in Amerika, en daarom zijn
ze ook niet geschikt voor nederzettingen. De Siberische eilan-
den (zie bl. 17) zijn van geen belangvoor het tegenoverliggend
vastland. Zoo is er dan een groot verschil tusschen de kusten
van Azië onderling; in den geheelen omtrek van Azië is elk deel
op zich zelf veel rijker met betrekking tot natuur- en volkstoe-
standen dan Afrika en wordt nog overtroffen door Europa.
Hoe rijk in gevolgen voor de ontwikkeling zulk een vorm is,
zien wij bij de vergelijking van den omtrek van Azië met de za-
mengedrongen massa in het binnenland. Terwijl aan den omtrek
zich de kenmerkende bcstanddeelen eener Chinesche, Maleische,
Indische, Perzische, Arabische, Klein-Aziatische wereld ontwikkeld
hebben, is Midden-Azië, even als het binnenland van Afrika, den
trap van het nomadenleven (der Mongolen, Kirgizen, Boekharen,
Kalmukken, enz.) niet te boven gekomen.
Wat de kustontwikkeling aangaat, staat Azië onder
de drie deelen der oude wereld in het midden (verg. bl. 14).
De diep landwaarts indringende golven hebben daardoor nog
eene hoogere beteekenis voor het verkeer gekregen, dat zij
groote, uit het centrale midden komende stroomen opnemen
en daarvan, als ware het, de voortzetting vormen, waardoor