Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
HORIZONTALE VORM VAX AZië. § 14. 45
talen, de Oost-Aziatische, de liido-Europesche met hare beide
groote familiën (zie bl. 35), de Tataarsche, die allen nog ge-
sproken worden ; verder de drie hoofdrassen van het mensehe-
lijk geslacht, het Kaukasische, Mongoolsche en Negerras (in de
dalen van den Himalaja); nu nog aanwezige sporen der oor-
spronkelijke eerediensten van het oosten (Brahmaïsmus, Scha-
manendom, sterredienst). In een woord, er is geen streek op
aarde, waar de verschillende menschenstammen, talen en gods-
diensten zoo digt aan elkander grenzen als hier in deze ge-
meenschappelijke wieg van ons geslacht. En trad op eenige
plaats de aarde het eerst uit de wateren te voorschijn, dan was
het voorzeker hier in dit verheven middenpunt der oude wereld,
waarheen ook alle begin in de geschiedenis der Aziatische vol-
keren ons terugvoert.
§ 14.
HORIZONTALE VORM VAN AZië.
Met betrekking tot hun horizontalen vorm is de verhou-
ding der drie werelddeelen zoodanig, dat Afrika voorkomt als
een stam zonder takken, terwijl Azië en Europa daarentegen
naar drie zijden eene sterke uitdrukking der leden hebben.
De stam van Azië bevat van het geheele werelddeel, de
leden of takken maar '/., ofschoon zij te zamen gelijk staan
met den vlakte-inhoud van Europa. Deze stam heeft de gedaan-
te van een trapezium, waarvan de noord- en westzijde de kortste
(600 mijl), de zuid- en oostzijde de langste zijden zijn (1000 mijl).
De geleding is vooral in het zuiden het sterkst uitgedrukt
en wel evenzeer door drie groote schiereilanden (gelijk bij Euro-
pa) : A r a b i ë, Voor-Indië en Achter-Indië (te zamen
131 000 Q mijl), als door de rijkste eilandvorming. Nog-
tans is de wedcrkeerige werking van deze grootste eilanden-
groep en het vastland niet van veel beteekenis, want door de
aanzienlijke grootte der eilanden (Borneo heeft 10 000, Suma-
tra 7100, Celebes 3200, Java 2400 Q mijl inhoud), de me-