Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE OUDE WERELD. 43
Terwijl Azië eii Afrika bijna niet door land verbonden zijn, is
deze verbinding tusschen Azië en Europa zoo belangrijk, dat het
laatste eeu ver naar het westen uitspringend schiereiland van het
noordoostelijk kontinent schijnt te wezen, waarvan het naauwelijks
meer dan één zesde bedraagt. Nogtans bestaat er tusschen beide
werelddeelen eene natuurlijke grens, waardoor hunne onderscheiding
als zoodanig geregtvaardigd wordt. "VVant hoe weinig een blik op
de kaart een in het oog loopend onderscheid tusschen noordooste-
lijk Europa en het onmiddellijk hieraan grenzend noordwestelijk
Azië doet kennen, bestaat er toch een, dat sterk spreekt door het
verschil in natuur- en volksleven, en op de verscheidenheid in de
plastische gedaante van den grond berust, die dikwerf eene grens
maakt, welke meer invloed heeft, dan eene door de zee gevormde
scheiding. Op de Aziatische zijde namelijk ligt eene groote laagte
100—35Ü' onder den spiegel der zee, bedekt met zoutmeren, zand,
schelpbanken en andere zeeprodukten, zonder eenig heuvelland en
zonder rijkdom aan bronnen, die geen bebouwing toelaat en daarom
van oudsher tot op den huidigen dag alleen nomadenleven had;
en op de Europesche zijde verheft zich de grond ten minste 100' b o-
veu den spiegel der zee, als heuvelland tot 600', is geschikt voor
bouw- en weüand en daarom de blijvende woonplaats geworden voor
volkeren met vaste woningen. Uit de gesteldheid van
die Aziatische laagten en vooral uit hare lage ligging, alsmede uit
de omstandigheid, dat zij nu met talrijke groepen zoutmeren bezet
zijn, heeft men (C. Ritter en Alex. v. Humboldt) afgeleid, dat zij
eens door de zee bedekt waren, en dat bij gevolg in dien tijd Euro-
pa niet alleen in het zuidoosten, maar ook in het noordoosten door
de zee van Azië is gescheiden geweest.
Maar eene andere, voor de beschaving veel belangrijker verdee-
ling van het noordoostelijke kontinent, dan in twee aarddeelen, is
die van het geheel in eene noordelijke en eene zuidelijke helft. Deze
scheiding wordt bewerkt door de hoogste bergketenen der oude
wereld, die in eene bijna onafgebroken rij over het geheele noord-
oostelijke vastland van den Atlantisclien tot aan den Grooten oceaan,
over eene lengte vau meer dan 1500 mijlen loopen ouder de ver-
schillende benamingen van Pyreneën, Alpen, Balkau, Kaukasus,
Hindoe-Koe, Himalaja, enz. De veel kleinere zuidelijke helft vormt
eene zeestrcek van (7) gescheiden schiereilanden, de grootere noor-
delijke eene vastlandstreek van uitgestrekte, zamenhaugende vlak-
ten. Maar de sterkste tegenstelling tusschen beide deelen bestaat
in de luchtsgesteldheid en den daarvan afhankelijken plantengroei.