Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
42 VERDEELING DEE STATEN. § 13.
eene aristokratisehe regeling, wanneer de hoogste magt
door eenige fainiliën wordt uitgeoefend, waaruit het bestuur
door eigen-, of volkskeuze genomen wordt, bf eene d e m o-
k ra tische, wanneer de hoogste staatsmagt door het volk
zelf en zijne vertegenwoordigers uitgeoefend wordt. Ontaardt
de demokratie in heerschappij van het graauw, dan is het
Ochlokratie; de beperking der aristokratie op eenige voor-
namen noemt men oligarchie.
HOOFDSTUK II.
DE OUDE WEEELD.
De zoogenaamde oude wereld bestaat uit twee, in grootte
zeer ongelijke, alleen door eene smalle (15 mijl breede) land-
engte met elkander verbonden, door eilanden en eilandengroe-
pen omgeven vastlanden: een zuidwestelijk, Afrika en een
noordwestelijk, Azië met Europa. Dit laatste kontinent
zijn w^ij gewoon ons voor te stellen als twee werelddeelen, of-
schoon Europa viemaal kleiner is dan Azië en driemaal klei-
ner dan Afrika. Bij de landmassa der oude wereld of van het
oostelijk halfrond is de rigting van 't oosten naar 't westen, der-
halve de breedteafmeting, evenzoo overwegend, als bij het groote
kontinent der nieuwe wereld op het westelijk halfrond de lengte-
afmeting of de rigting van 't noorden naar't zuiden. De noord-
oostelijke landmassa der oude wereld strekt zich uit in de rigting
van 't westen naar 't oosten over meer dan de halve aarde
(8—208° ooster-lengte) en beslaat eene vlakte-uitgebreidheid
van bijna een millioen Q mijlen, alzoo ongeveer één tiende der
geheele aardoppervlakte en niet veel minder dan de helft van
het gezamenlijke vastland (van 2% mill. [J mijl). De zuidwes-
lijke landmassa, Afrika, is maar half zoo groot (545 000 [j
mijlen), als de noordwestelijke; het eerste is een zee-kontinent,
het laatste een land-kontinent.