Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
40 VERDEELING NAAK DEN GEAAD VAN BESCHAVING. § 12.
uit zoowel naar het westen over Noord-Afrika en het Grieksehe
schiereiland, als naar het oosten over Perzic en Indië tot aan
de Philippijnen verspreid.
§ 12.
VERDEELIXG DER VOLKEREN NAAR DEN GRAAD VAN
BESCHAVING.
De verschillende levenswijze en de meerdere of mindere graad
van beschaving der afzonderlijke volkeren berust grootendeels op
het gebruik der natuurvoortbrengselen tot bevrediging der stoffe-
lijke behoeften. Het wezenlijk onderscheid in dit opzigt bestaat in
den eigendom. De volkeren zonder eigendom leven
van de j a g t en de v i s s c h e r ij; zij zijn genoodzaakt zich steeds
op nieuw de middelen tot die bevrediging te verschaffen, terwijl
de volkeren met eigendom enkel de vruchten, de op-
brengst van hunne bezitting genieten, maar het kapitaal on-
geschonden behouden. Deze laatsten zijn, naarmate hun eigen-
dom bf in tamme dieren, wier melk en vleesch zij gebruiken,
of in den door arbeid veredelden grond bestaat, ten deele
herdersvolken of nomaden, ten deele volken met
vaste woonplaatsen. De eersten komen in zoo verre dig-
ter bij de volken zonder eigendom, dewijl zij ook geen vaste
woonplaats hebben. Zij, die dit wel hebben, verbinden met den
landbouw, als hoofdbron van hun bestaan, tevens de bedrijven
der natuurvolken: jagt, visscherij, veeteelt, in zoo verre de ge-
steldheid des lands zulks toelaat. Het duurt niet lang, dat zij
zich bepalen tot het bloote verbruik der opbrengst van hun
eigendom ; spoedig komen er de ambachten bij om de na-
tuurlijke produkten in verband te brengen met de menigvul-
dige behoeften, en als de hoeveelheid der voortbrengselen de
eigene behoeften te boven gaat, voert de handel den over-
vloed van natuur- en kunstprodukten naar andere volken en
ruilt daarvoor vreemde voortbrengselen in. Maar den hoogsten