Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
30 DE TAALSTAMMEN. § 10.
den mond van den Ganges tot aan de kusten van den Atlan-
tischen oceaan, en in Amerika de beschaafdste volksstammen.
Alle overige talen, zelfs die der ruwste volkeren, nemen eene
plaats in tusschen beide hoofdstammen.
Deze twee hoofdtaalstammen zijn ten scherpste vau elkander ge-
scheiden; want iu de Oost-Aziatische talen zijn de woorden, op
weinige uitzonderingen na, eenlettergrepig en nemen geen buiging
aan; de wijzigingen van een begrip worden daar door bijzondere,
naast elkander geplaatste woorden uitgedrukt. Daarentegen hebben
de ludo-Europesehe talen de eigenschap van zoowel door zameu-
stelliug als door buiging, door voor- en achtervoegsels, enz. nieuwe
begrippen uit te drukken.
De tweede hoofdtaalstam, die bijna de helft van het men-
schelijk geslacht en wel alle natiën omvat, die in de christelijk-
Europesche beschaving deelen, en daarom de belangrijkste is,
heeft twee groote takken: den I nd o-G er m aa n s c h e n en
den Egyptisch-Semi tischen. De eerste heeft de groot-
ste uitbreiding verkregen en maakt voortdurend snelle verove-
ringen.
De Indo-Germaansche taalstam heeft zich in verscheideue fa-
miliën of grondtalen verdeeld, maar zoo, dat zich eerst eenige
volken (of talen) afzonderden, die zich later weder eens of twee-
maal splitsten. Zoo scheidden zich van den Indo-Germaanschen
stam reeds vroeg de Ariërs eu splitsten zich later in Indiërs
(Sanskriet) en Iraniërs (Perzen); van dezen gingen twee volks-
stammen naar het westen; de een vormde den Noord-Europeschen
taalstam, die zich weder in Celten, Germanen en Slaven
verdeelde; de andere stam vestigde zich op de kusten van de Mid-
dellandsche zee en schijnt een enkel volk (de Pelasgen?) te heb-
ben uitgemaakt, dat zich in het vervolg in Grieken en Italia-
nen (Latijnen) splitste.
Tot den tweeden grooten tak, deu E g y p t i s c h-S e m i t i s c h e n,
die bijna in het midden van den eersten zich heeft ingedrongen
of liever staande gehouden, behoort:
a. Het Egyptisch, nog in de hieroglyphen bewaard ge-
bleven.
b. Het Hebreeuwse h, met eene zeer oude letterkunde, die
hoogst merkwaardig is voor de geschiedenis der meuschheid.