Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
516 BETOLKIKG VAX ATTSTRALlë. § 81.
naburige eilanden (maar niet van de meer verwijderde) veel
eigendommelijks.
Het eigenaardige der inheemsche plantenwereld bestaat
hoofdzakelijk daarin, dat er weinig planten gevonden worden, die
tot voeding van den mensch kunnen dienen (alle soorten van vrucht-
boomeu en van granen zijn door volkplanters derwaarts gebragt),
verder in de weinige digtheid der wouden, in den loodregten stand
der harde en gedeeltelijk leerachtige bladen, die nooit afvallen,
terwijl de bast der boomen met de jaargetijden afwisselt Onder de
aan het Australische vastland eigenaardige boomen komt de (wol-
lige) gummiboom het meeste voor; op geregelde tijden zweet hij
eene hoeveelheid van de zuiverste gom uit. Nog meer loopt het on-
derscheid tusschen de inlandsche dierenwereld en die der ove-
rige werelddeelen in het oog. Het bezit een Inheemsch huisdier, en over
het algemeen weinig zoogdieren; die verbazende dieren-geslachten
van Afrika en Azië zijn hier niet, en slechts zoogdieren van de lage-
re soort, vooral eenige soorten van den kangoeroe, en de (wilde)
Nieuw-Hollandsche hond, het (op den vischotter gelijkende) sna-
veldier, de stekelige mierenbeer, de kazuaris, de zwarte zwaan,
zijn de dieren, die aan het Nieuw-HoQandsche vastland vooral
eigen zijn. Doch met het toenemen der kolonisatie verdwijnt de
oorspronkelijke australische plantengroei en dierenwereld steeds
meer voor de ingevoerde kultuurplanten en de europesche dier-
soorten.
De onderaardsche schatten van den Australischen grond zijn
eerst voor ongeveer vijftien jaren ontdekt. Niet alleen dat men
bevonden heeft, dat er in de geheele keten der Blaauwe bergen
en de zoogenaamde Austraal-Alpen eene bijna onafgebroken goud-
laag ligt, maar ook Zuid-Australië trekt door den aldaar ge-
vonden rijkdom aan metalen van verschillenden aard scharen
van (meest Engelsche) landverhuizers tot zich, en het vastland
van Nieuw-Holland schijnt het goudrijkste land der aarde te
zijn (jaarlijksche opbrengst t«r waarde van 150 mill. gulden).
§ 81.
BEVOLKING VAX AUSTKALlë.
De inheemsche bevolking van Australië, die hier, gelijk
in Amerika (ten gevolge van de vermenging der rassen) aan het af-