Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
512 UOIUZONTALE VOHM VAN AUSTRALië. § 78.
kring der beschaafde volken-gemeenschap opgenomen. De be-
schaving heeft daar, zoo niet hare hoogste, dan toch hare snel-
ste vlugt genomen, en in tientallen van jaren ingehaald, wat an-
deren in eeuwen met moeite verworven hebben.
§ 78.
HORIZONTALE VORM VAN AUSTRALië.
Ofschoon naar den vlakte-inhoud het kleinste van alle we-
relddeelen , heeft Australië door de groote afscheiding zijner
bestanddeelen eene onevenredig groote uitgestrektheid (over
120 lengte- en 80 breedtegraden) gekregen.
Het bestaat namelijk uit:
a. het vastland van Nieuw-Holland of Australië in beperk-
ten zin, het westelijkste deel van het geheel, dat wel is waar ook
een eiland is, maar wegens de grootte (140000 □ m.) als een vast-
land beschouwd wordt, en volgens de nieuwste geologische onder-
zoekingen waarschijnlijk het oudste van alle kontinenten der aarde
is, welks hoofdmassa slechts uit primaire formatiën bestaat; 1)
b. drie groote eilanden: Nieuw-Guinea, Nieuw-Zee-
land en Yan Diemeusland, waarvan het tweede (een dubbel-
eiland) verder van het vastland verwijderd is, terwijl de beide an-
deren als daarvan afgescheurd schijnen; het eerste ligt ten noorden,
het laatste ten zuiden van het vastland;
c. ontelbare kleine eilanden en eilandengroepen, die
gewoonlijk onderscheiden worden iu binnen- en buiten-Austr a-
lisehe eilandenreeks. Ten noorden van den equator liggen
deze eilanden meer iu rijen, ten zuiden meer iu groepen geschikt.
De horizontale vorm van het kontinent van Australië
staat bijna op den zelfden trap van ontwikkeling als van Ame-
rika (1 m. kust op 73 F] m.), zie bl, 14. Dit vastland heeft
de gedaante van een vierhoek, welks grootste breedte (van 't
westen naar'toosten 560 m.) niet zeer veel verschilt van de lengte
(van 't noorden naar 't zuiden 420 m.) met een aan drie zijden
naar buiten, aan de vierde (de zuidzijde) naar binnen loopen-
den boog, in welks kustzoom (1900 m.), de Zuid- of A u-
1) Peterraami'3 Mitth 1859, bl. 207.