Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
BE TAALSTAMMEN. § 10. 35
niing, het stijve, grove, zwarte haar der Mongolen, het platte gelaat
der Negers. Het woont op de wijd verstrooide eilandenwereld van
Madagaskar tot aan het oostelijke eiland van Polynesië (Paascheiland
of Waiha) en is hoofdzakelijk wegens deze geographische ligging
en zijne eigenaardige taal als een bijzonder ras beschouwd gewor-
den, want met betrekking tot het ligchaam levert het veel ver-
scheidenheid op.
Waar de hoofdrassen met elkander of met overgangsrassen in
aanraking komen, vooral in Amerika, zijn kleurlingen ont-
staan, welker getal gedurig ten koste der hoofdrassen toeneemt;
zoo ontstaan uit de vermenging van het Europesche en het
Amerikaansche de Mestizen (d. i. kleurlingen) in Mexico,
Guatemala en Peru; uit het Europesche met het Ethiopische
de Mulatten in de zuidelijke deelen der Vereenigde Staten
en van West-Indië; de in Amerika geboren menschen van
vreemde rassen heeten Kreolen. Het menigvuldigst is de ver-
menging der drie hoofdrassen in Brazilië, omdat hier naast de
ingekomen Europeanen ook de ingevoerde negers talrijk'zijn.
Over het geheel draagt de landverhuizing veel bij tot het lang-
zamerhand ineensmelten der rassen.
§ 10.
VERDEELIXG VAN HET MENSCHELIJK GESLACHT NAAR
TAALSTAMMEN.
Van veel meer belang dan de verscheidenheid naar het lig-
chaam onder de volken der aarde is die naar den geest. Deze
openbaart zich in hunne talen, godsdiensten, bedrij-
ven, voedingswijzen en staatsinrigtingen.
Onder alle taalstammen op aarde zijn er vooral twee zoo over-
wegend, dat deze beide zamen door meer dan twee derden der
menschen gesproken worden.
1. De Oost-Aziatische (door meer dan 300 mill.) in
China, Japan en het grootste gedeelte van Achter-Indië.
2. De Indo-Europesche (door bijna 500 mill.) of de
taalstam van het Kaukasische ras. Hij omvat alle landen van
3*