Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
WEEELDSTAND VAN AUSTRALië. § 77. 511
IL AIJSTRALIë.
§ 77.
WERELUSTANU VAN ATJSTRALië.
Uit het grootste waterbekken der aarde, den Grooten oce-
aan , steekt het kleinste, het laatst ontdekte werelddeel uit ge-
lijk een eiland vormige isthmus tusschen het vastland der oude
wereld en dat der nieuwe. Het heet Australië, omdat het bijna
enkel tot het zuidelijk halfrond der aarde behoort 1). Even als
Europa in het midden van het land-halfrond, ligt Australië in
het midden van het waterhalfrond. Hoe groote gevolgen deze
tegenstelling in de ligging der twee kleinste werelddeelen en in
de aanraking met de overige deelen der aarde voor de bescha-
ving gehad heeft, zie bl. 14. En niet alleen was dit werelddeel
tot op den jongsten tijd van de overige wereld afgezonderd,
maar wegens de buitengewone verbrokkeling van den vasten
vorm in een verbazend getal eilanden en de daaruit ontstane
eigen-vormigheid der bijzondere landen heeft hier eene weder-
zijdsche ruiling van de menigvuldige geschenken der natuur en
der beschaving slechts in zeer geringe mate kunnen plaats heb-
ben ; daarom zijn ook de ruwste tegenstellingen (der dieren- ën
plantenwereld, der rassen, der kuituur en de tot menschen-
eten gedreven barbaarschheid) tot op onze dagen in stand ge-
bleven. Eerst sedert het begin der oceaan-stoomvaart (1837)
en vooral sedert de in Californië en Australië ontdekte goud-
mijnen den weg der landverhuizers en daarmede de kolonisatie
hierheen geleid hebben, kreeg alles een ander aanzien, van Aden
af tot Californië toe, van de Kaap de Goede Hoop tot in de
havens van Chili, en thans is ook het jongste wel-elddeel in den
1) De Engelschen verstaan onder Australië alleen het vastland, en geven
aan de drie groote en de digt daarbij gelegen kleinere eilanden den naam
van Australazië, eu aan de Zuidzee-eilanden dien van Polynesië.
De Franschen, gedeeltelijk ook de Noord-Amerikanen, rekenen den ge-
heelen Indischen archipel tot het vijfde werelddeel en noemen dit (met
een zeer gebrekkigen naam) O c e a n i ë.