Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
510 JTEDERLAXDSCH GI7TAXA. § 75.
banken; de Marowyne of Maroi, waarvan men de bron niet
kent, heeft eene verzande monding en scheidt Fransch-Guyana van
het Nederlandsch gedeelte; de Corantijn, die Britsch-Guyana
van Suriname scheidt, breekt door granietrotsen en vormt den voor-
naamsten waterval van Guyana. Ofschoon voor den mond eene zand-
bank ligt en er in den geheelen loop geen gebrek is aan banken en
eUanden, kan men toch 30 m. opwaarts varen. De Coppenamei
die digt bij de Sara m acc a uitloopt, is wegens de vele aanzienlijke
zijrivieren en den rijkdom aan kostbaar hout op de oevers eene der
merkwaardigste rivieren des lands.
De kusten zijn laag en vlak, met mangrove-bosschen en moe-
rassige streken. De vlakte langs de kusten loopt met modderbanken
tot in zee, waardoor de schepen zeer bemoeijelijkt worden om bin-
nen te loopen. — Is het klimaat tropisch en drukkend warm, het
wordt toch getemperd door regens en passaatwinden. Overal heerscht
de weelderigste plantengroei; op de 10—14 mijlen breede strook
alluviaal grond en langs de rivieren heeft men 238plantaadjes, waar-
van op 87 suikerriet geplant wordt. Voorzeker een bewijs voor de
vruchtbaarheid van den grond; doch het grootste gedeelte ligt on-
gebruikt wegens gebrek aan arbeidskrachten.
De grootte van Suriname stelt men op 2800 □ m., die bewoond
worden door 54000 menschen.
De oorspronkelijke bewoners zijn in vele stammen verdeeld en
zwerven in het bergland rond; die aan de kusten wonen zijn: Ar-
rowakken, Caraïben, Warrauws of Guarano's, allen bij de Nederlan-
ders bekend onder den naam van Bokken.
Men onderscheidt de oude en nieuwe kolonie; de laatste,
tusschen den Corantijn en de Coppename, heeft twee distrik-
ten: Nickerie en Coronie; de eerste, tusschen de Marowy-
ne en de Coppename, is verdeeld in de hoofdstad en 8 distrikten »
die allen naar rivieren genoemd worden. — Er is gebrek aan we-
gen; maar men heeft aanzienlijke kanalen gegraven, waardoor on-
derscheidene rivieren verbonden worden.
De hoofdstad is Paramaribo, d. i. bloementuin, welken naam
zij met regt verdient wegens hare niet geplaveide, maar met rijen
van oranjeboomen en tamarinden beplante straten, die meest
houten huizen bevatten. Zij telt 16000 inw. en is de zetel van den
gouverneur.
De zuid-poollanden zijn alleen van belang voor de rob-
benvangst.